22 Jehovah zal u slaan met tuberculose+ en brandende koorts en ontsteking en koortshitte en het zwaard*+ en [koren]brand+ en meeldauw,+ en die zullen u stellig achtervolgen totdat gij zijt vergaan.
37 Ingeval er hongersnood+ komt in het land, ingeval er pestilentie+ komt, ingeval er [koren]brand, meeldauw,+ sprinkhanen,+ kakkerlakken+ komen; ingeval hun vijand hen belegert in het land van hun poorten* — enigerlei plaag, enigerlei kwaal —
17 ik sloeg ulieden met [koren]brand+ en met meeldauw+ en met hagel,+ ja, al het werk van UW handen,+ en er was niemand bij U [die zich] tot mij [keerde]’,+ is de uitspraak van Jehovah —