16 Want niet tot onbepaalde tijd zal ik twisten, noch voor altoos verontwaardigd zijn;+ want wegens mij zou de geest zelf zwak worden,+ zelfs de ademende schepselen* die ikzelf heb gemaakt.+
22 Het zijn de liefderijke goedheden*+ van Jehovah, dat wij niet aan ons eind zijn gekomen,+ want zijn barmhartigheden zullen stellig geen eind nemen.+