2 En het moet geschieden in het laatst der dagen+ [dat] de berg van het huis+ van Jehovah stevig bevestigd zal worden boven de top der bergen,+ en hij zal stellig verheven worden boven de heuvels;+ en daarheen moeten alle natiën stromen.+
14 En neergebogen moeten tot u gaan de zonen van hen die u kwelden;+ en allen die u met minachting bejegenden, moeten zich zelfs aan uw voetzolen neerbuigen,+ en zij zullen u moeten noemen: de stad van Jehovah, [het] Si̱on+ van de Heilige I̱sraëls.