17 In die tijd zal men Jeru̱zalem de troon van Jehovah noemen;+ en tot haar moeten alle natiën bijeengebracht worden+ tot de naam van Jehovah te Jeru̱zalem,+ en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun slechte hart.”+
14 En ik wil de gevangenen van mijn volk I̱sraël doen terugkeren,+ en zij zullen werkelijk [de] woest gelegde steden bouwen en [ze] bewonen,+ en wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, en tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten.’+