12 En nu, o I̱sraël, wat vraagt Jehovah, uw God, anders van u+ dan Jehovah, uw God, te vrezen,+ door al zijn wegen te bewandelen+ en hem lief te hebben+ en Jehovah, uw God, met geheel uw hart en geheel uw ziel te dienen,+
8 Hij heeft u verteld, o aardse mens,* wat goed is.+ En wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen+ en goedheid* lief te hebben+ en bescheiden+ te wandelen met uw God?+