4 En met rechtvaardigheid moet hij de geringen richten,+ en met oprechtheid moet hij terechtwijzing geven ten behoeve van de zachtmoedigen der aarde. En hij moet de aarde* slaan met de roede van zijn mond;+ en met de geest van zijn lippen zal hij de goddeloze ter dood brengen.+
15 Haat het kwade en hebt het goede lief,+ en geeft gerechtigheid een plaats in de poort.+ Het kan zijn dat Jehovah, de God der legerscharen, de overgeblevenen van Jo̱zef+ gunst zal betonen.’+
9 „Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: ’Oefent met ware gerechtigheid*UW rechtspraak uit;+ en betracht liefderijke goedheid*+ en barmhartigheden+ jegens elkaar;