11 En indien er een plaats is waar men U niet ontvangt of niet naar U luistert, gaat daar dan weg en schudt het vuil dat onder UW voeten is af, hun tot een getuigenis.*”+
11 ’Zelfs het stof uit UW stad dat aan onze voeten is blijven kleven, vegen wij tegen U af.+ Houdt niettemin dit in gedachte, dat het koninkrijk Gods nabij gekomen is.’
6 Maar toen zij zich bleven verzetten en schimpend bleven spreken,+ schudde hij zijn kleren uit+ en zei tot hen: „UW bloed+ zij op UW hoofd. Ik ben rein.+ Van nu af zal ik naar mensen uit de natiën gaan.”+