29 en te voorschijn zullen komen, zij die goede dingen hebben gedaan, tot een opstanding des levens,+ zij die verachtelijke dingen hebben beoefend, tot een opstanding des oordeels.*+
13 En de zee gaf de doden in haar op, en de dood en Ha̱des* gaven de doden+ in hen op, en zij werden ieder afzonderlijk geoordeeld overeenkomstig hun daden.+