3 Spreekt tot de gehele vergadering van I̱sraël en zegt: ’Op de tiende dag van deze maand dienen zij zich ieder een lam*+ te nemen voor het voorvaderlijke huis, een lam per huis.
13Omdat Jezus nu vóór het paschafeest wist dat zijn uur was gekomen+ om uit deze wereld naar de Vader te gaan,+ had hij de zijnen die in de wereld waren en die hij had liefgehad,+ tot het einde toe lief.
7 Doet het oude zuurdeeg weg, opdat GIJ een nieuw deeg+ moogt zijn, zoals GIJ immers ongezuurd zijt. Want Christus,+ ons Pascha,+ is werkelijk geslacht.+