2 Vervolgens zei hij: „Neem alstublieft uw zoon, uw enige zoon, die gij zo liefhebt,+ I̱saäk,+ en maak een tocht naar het land Mori̱a+ en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die ik u zal aanwijzen.”+
16 en zei: „’Waarlijk, ik zweer bij mijzelf,’ is de uitspraak van Jehovah,+ ’dat wegens het feit dat gij deze zaak hebt gedaan en gij [mij] uw zoon, uw enige,+ niet hebt onthouden,
32 Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,+ maar hem voor ons allen heeft overgeleverd,+ waarom zal hij ons dan ook niet met hem alle andere dingen goedgunstig geven?+
9 Hierdoor werd de liefde Gods in ons geval openbaar gemaakt,+ dat God zijn eniggeboren* Zoon+ naar de wereld heeft uitgezonden, opdat wij door bemiddeling van hem leven zouden verwerven.+