10 Er dient onder u niemand te worden gevonden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan,+ niemand die aan waarzeggerij doet,+ geen beoefenaar van magie,+ noch iemand die voortekens zoekt,+ noch een tovenaar,+
2 De koning zei daarom, de magie-beoefenende priesters+ en de bezweerders en de tovenaars en de Chaldeeën te roepen om de koning zijn dromen te vertellen.+ Zij dan kwamen binnen en gingen voor de koning staan.
9 Nu was er in de stad een zekere man, Si̱mon genaamd, die voordien magische kunsten had beoefend+ en de natie van Sama̱ria in verbazing had gebracht, terwijl hij van zichzelf beweerde dat hij iemand van grote betekenis was.+