Exodus 3:6 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 6 Voorts zei hij: „Ik ben de God van uw vader,* de God van A̱braham, de God van I̱saäk en de God van Ja̱kob.”+ Toen verborg Mo̱zes zijn aangezicht, want hij was bevreesd naar de [ware] God* te kijken. Mattheüs 22:32 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 32 ’Ik ben de God van A̱braham en de God van I̱saäk en de God van Ja̱kob’?+ Hij is niet de God* van de doden, maar van de levenden.”+
6 Voorts zei hij: „Ik ben de God van uw vader,* de God van A̱braham, de God van I̱saäk en de God van Ja̱kob.”+ Toen verborg Mo̱zes zijn aangezicht, want hij was bevreesd naar de [ware] God* te kijken.
32 ’Ik ben de God van A̱braham en de God van I̱saäk en de God van Ja̱kob’?+ Hij is niet de God* van de doden, maar van de levenden.”+