37 En het moet geschieden dat op de dag waarop gij uitgaat en wanneer gij werkelijk het stroomdal van de Ki̱dron+ overtrekt, gij zonder mankeren dient te weten dat gij beslist zult sterven.+ Ja, de bloedschuld voor u* zal op uw eigen hoofd komen.”+
13 Op woeker heeft hij gegeven+ en rente heeft hij genomen,+ en hij zal beslist niet blijven leven. Al deze verfoeilijkheden heeft hij gedaan.+ Hij zal beslist ter dood worden gebracht. Op hem zal zijn eigen bloed neerkomen.+
4 en de hoorder inderdaad het geluid van de hoorn hoort maar hij zich geenszins laat waarschuwen,+ en er een zwaard komt en hem wegneemt — zijn eigen bloed zal over zijn eigen hoofd komen.+