14 Het Woord nu is vlees geworden+ en heeft onder ons verblijf gehouden,* en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid zoals die van een eniggeboren zoon+ van een vader; en hij was vol onverdiende goedheid en waarheid.+
15 Want wij hebben als hogepriester* niet iemand die geen medegevoel kan hebben+ met onze zwakheden, maar iemand die evenals wij in alle opzichten op de proef is gesteld, maar zonder zonde.+