14 die* een van tevoren gegeven onderpand*+ van onze erfenis+ is, met het oog op de verlossing door losprijs+ van [Gods] eigen* bezit,+ tot lof van zijn heerlijkheid.
5 wegens de hoop+ die voor U in de hemelen is weggelegd.+ GIJ hebt reeds eerder over deze [hoop] gehoord door de prediking van de waarheid van dat goede nieuws,+
8 Van nu af is voor mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid,+ die de Heer, de rechtvaardige rechter,+ mij op die dag+ als beloning zal geven,+ doch niet alleen aan mij, maar ook aan allen die zijn manifestatie hebben liefgehad.