2 Zie! God* is mijn redding.+ Ik zal vertrouwen en niet in angst verkeren;+ want Jah* Jehovah* is mijn sterkte+ en [mijn*] macht,*+ en hij werd mij tot redding.”+
20 Aan degene nu die overeenkomstig zijn kracht die in ons werkzaam is,+ overvloedig veel meer kan doen dan alles wat wij vragen of waarvan wij ons een denkbeeld kunnen vormen,+