35 En ingeval uw broeder in uw nabijheid verarmt en hij daarom financieel zwak is,*+ dan moet gij hem ondersteunen.+ Evenals een inwonende vreemdeling en een bijwoner+ moet hij bij u in leven blijven.
7 Ingeval iemand van uw broeders arm wordt onder u in een van uw steden,* in uw land dat Jehovah, uw God, u geeft, moogt gij uw hart niet verharden, noch uw hand voor uw arme broeder gesloten houden.+
16 doch iemand van U tot hen zegt: „Gaat heen in vrede, houdt U warm en goed gevoed”, maar GIJ geeft hun niet wat zij voor [hun] lichaam nodig hebben, wat heeft dat voor nut?+