14 Hierop zei God tot Mo̱zes: „IK ZAL BEWIJZEN TE ZIJN WAT IK ZAL BEWIJZEN TE ZIJN.”*+ En hij voegde eraan toe: „Dit dient gij tot de zonen van I̱sraël te zeggen: ’IK ZAL BEWIJZEN TE ZIJN heeft mij tot U gezonden.’”+
5 En ik hoorde de engel [die gesteld was] over de wateren, zeggen: „Gij,* Degene die is en die was,+ de Loyale,+ zijt rechtvaardig, omdat gij deze vonnissen hebt geveld,+