7 En gij moet het huis van A̱chab, uw heer, neerslaan, en ik moet het bloed* van mijn knechten, de profeten, en het bloed van alle knechten van Jehovah wreken+ van de hand van Ize̱bel.+
20 Wees vrolijk over haar, o hemel,+ ook GIJ heiligen+ en GIJ apostelen+ en GIJ profeten, want God heeft voor U de gerechtelijke straf van haar geëist!”+