7 Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten+ van degene die goed nieuws brengt,+ die vrede verkondigt,+ die goed nieuws brengt van iets beters,+ die redding verkondigt,+ die tot Si̱on zegt: „Uw God* is koning geworden!”+
9 Ik bleef aanschouwen tot er tronen* werden geplaatst+ en de Oude van Dagen*+ zich neerzette. Zijn kleding was zo wit als sneeuw,+ en het haar van zijn hoofd was als zuivere wol.+ Zijn troon bestond uit vuurvlammen;+ de wielen ervan waren een brandend vuur.+
15 En de zevende engel blies op zijn trompet.+ En er weerklonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: „Het koninkrijk der wereld* is het koninkrijk van onze Heer+ en van zijn Christus geworden,+ en hij zal als koning regeren* tot in alle eeuwigheid.”+