4 Ik zal toelaten dat de farao* koppig wordt,+ en hij zal hen achtervolgen. Ik zal mezelf grootmaken ten koste van de farao en zijn hele leger.+ Dan zullen de Egyptenaren weten dat ik Jehovah ben.’+ Dat deden ze dus.
21 Wat? Heeft de pottenbakker niet de autoriteit om uit dezelfde klomp klei+ een voorwerp* voor eervol gebruik te maken maar ook een voorwerp voor oneervol gebruik?