19 Daarop zei God: ‘Echt, je vrouw Sara zal je een zoon schenken, en je moet hem Isaäk* noemen.+ Via hem zal ik mijn verbond voortzetten* als een eeuwig verbond voor zijn nageslacht.*+
17 zal ik je beslist zegenen en zal ik je nageslacht* beslist zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en als de zandkorrels aan de zee,+ en je nageslacht* zal de steden* van zijn vijanden in bezit nemen.+