18 Op die dag sloot Jehovah een verbond met Abram+ en zei: ‘Aan jouw nageslacht* zal ik dit land geven,+ van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de Eufraat:+
7 Vertrek en ga naar het bergland van de Amorieten+ en naar al hun naburige volken in de Ara̱ba,+ het bergland, de Sjefe̱la, de Ne̱geb en de zeekust+ — het land van de Kanaänieten — en naar de Libanon,*+ tot aan de grote rivier, de Eufraat.+
4 Jullie gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon en tot aan de grote rivier, de Eufraat — het hele land van de Hethieten+ — en tot de Grote Zee* in het westen.*+
21 Salomo regeerde over alle koninkrijken vanaf de Rivier*+ tot het land van de Filistijnen en tot de grens van Egypte. Ze betaalden schatting* en dienden Salomo zijn hele leven.+