43 Aäron en zijn zonen moeten die dragen als ze de tent van samenkomst binnengaan of als ze bij het altaar komen om in de heilige plaats dienst te doen. Anders zullen ze schuld op zich laden en sterven. Het is een blijvend voorschrift voor hem en zijn nageslacht.*
6 Ze moeten heilig zijn voor hun God+ en ze mogen de naam van hun God niet ontheiligen,+ want ze bieden Jehovah’s vuuroffers aan, het brood* van hun God, en ze moeten heilig zijn.+