14 Nadat Lot was weggegaan, zei Jehovah tegen Abram: ‘Kijk alsjeblieft om je heen, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen, 15 want het hele land dat je ziet, zal ik als een blijvend bezit aan jou en je nageslacht* geven.+
8 En ik zal aan jou en aan je nageslacht* het land geven waar je als vreemdeling woont+ — het hele land Kanaän — als een blijvend bezit, en ik zal hun God zijn.’+