10 Toen de farao dichterbij kwam, zagen de Israëlieten ineens dat de Egyptenaren hen achtervolgden. De Israëlieten werden doodsbang en gingen tot Jehovah roepen.+
20 Omdat ze in de oorlog tegen hen werden geholpen, vielen de Hagrieten en iedereen die bij hen was in hun handen. Ze hadden in de strijd namelijk tot God om hulp geroepen en omdat ze op hem vertrouwden, had hij hun smeekgebed verhoord.+