Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es17 blz. 7-17
  • Januari

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Januari
  • Dagelijks de Schrift onderzoeken 2017
  • Onderkopjes
  • zondag 1 januari
  • maandag 2 januari
  • dinsdag 3 januari
  • woensdag 4 januari
  • donderdag 5 januari
  • vrijdag 6 januari
  • zaterdag 7 januari
  • zondag 8 januari
  • maandag 9 januari
  • dinsdag 10 januari
  • woensdag 11 januari
  • donderdag 12 januari
  • vrijdag 13 januari
  • zaterdag 14 januari
  • zondag 15 januari
  • maandag 16 januari
  • dinsdag 17 januari
  • woensdag 18 januari
  • donderdag 19 januari
  • vrijdag 20 januari
  • zaterdag 21 januari
  • zondag 22 januari
  • maandag 23 januari
  • dinsdag 24 januari
  • woensdag 25 januari
  • donderdag 26 januari
  • vrijdag 27 januari
  • zaterdag 28 januari
  • zondag 29 januari
  • maandag 30 januari
  • dinsdag 31 januari
Dagelijks de Schrift onderzoeken 2017
es17 blz. 7-17

Januari

zondag 1 januari

De dingen die gij van mij gehoord hebt, vertrouw die toe aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zullen zijn om anderen te onderwijzen. — 2 Tim. 2:2.

Kringopzieners over de hele wereld hebben opgemerkt dat er in veel landen meer moet worden gedaan om broeders — jong en oud — op te leiden, zodat ze mee kunnen helpen met het zorgen voor de kudde. Waarom is dat een uitdaging? Als je ouderling bent, besef je ongetwijfeld dat het belangrijk is anderen individueel op te leiden. Je weet dat er meer broeders nodig zijn om bestaande gemeenten geestelijk sterk te houden en om het mogelijk te maken dat nieuwe gemeenten worden gevormd (Jes. 60:22). Je weet ook dat de Bijbel je aanspoort om ‘anderen te onderwijzen’. Toch vind je dat misschien moeilijk. De zorg voor je gezin, je werk, je verantwoordelijkheden in de gemeente en andere dringende zaken eisen al je aandacht. Er lijkt gewoon geen tijd over te blijven voor het opleiden van anderen in de gemeente. Toch hebben ze opleiding nodig, zodat het werk in de gemeente beter verdeeld kan worden. En daar heeft de hele gemeente voordeel van. w15 15/4 1:2, 3

maandag 2 januari

Timotheüs is mijn geliefd en trouw kind in de Heer, en hij zal u mijn methoden in herinnering brengen. — 1 Kor. 4:17.

Een broeder die wat verantwoordelijkheid in de gemeente krijgt, moet niet denken dat hij meteen alles moet gaan veranderen. Of er iets moet veranderen, wordt bepaald door de behoeften van de gemeente en de richtlijnen van Jehovah’s organisatie, niet door iemands behoefte aan verandering. Als je dus verantwoordelijkheid hebt gekregen, probeer dan het vertrouwen van je broeders en zusters te winnen en toon respect voor ervaren ouderlingen door hun op de Bijbel gebaseerde methoden te blijven gebruiken. Maar naarmate je meer ervaring krijgt, zul je ongetwijfeld een aandeel hebben aan het doorvoeren van veranderingen waardoor de gemeente in lijn blijft met Jehovah’s progressieve organisatie. Misschien zal Jehovah jou en anderen na verloop van tijd zelfs wel ‘grotere werken’ laten doen dan jullie leraren (Joh. 14:12). w15 15/4 2:17

dinsdag 3 januari

Ik zal u inzicht schenken en u onderrichten in de weg die gij dient te gaan. Ik wil raad geven met mijn oog op u. — Ps. 32:8.

Als je het heel moeilijk hebt, kun je je net als Paulus voelen: dat je bevrijd moet worden uit ‘de muil van de leeuw’ (2 Tim. 4:17). Er zijn momenten dat vertrouwen op Jehovah heel moeilijk kan zijn — maar ook heel belangrijk. Stel bijvoorbeeld dat je een familielid moet verzorgen dat chronisch ziek is. Misschien heb je gebeden om wijsheid en kracht. Als je alles hebt gedaan wat in je macht ligt, kun je een mate van innerlijke rust ervaren, omdat je weet dat Jehovah je ziet en zal geven wat je nodig hebt om in geloof te volharden. Toch zou je soms weleens het gevoel kunnen hebben dat Jehovah je niet helpt. Misschien krijg je tegenstrijdige doktersadviezen. Of maken familieleden van wie je verwachtte dat ze je zouden troosten, het je juist moeilijker. Steun dan op Jehovah en blijf dicht bij hem (1 Sam. 30:3, 6). Als je later terugkijkt en beseft hoe Jehovah je heeft gesteund, wordt je band met hem sterker. w15 15/4 4:10, 11

woensdag 4 januari

Neemt uw standpunt tegen [Satan] in. — 1 Petr. 5:9.

Veel mensen zijn misleid en denken dat Satan niet bestaat. Wij, als aanbidders van Jehovah, weten dat Satan echt bestaat. Hij was het die via een slang tot Eva sprak (Gen. 3:1-5). Hij was het die Jehovah uitdaagde door Jobs motieven in twijfel te trekken (Job 1:9-12). Het was Satan die Jezus tot zonde probeerde te verleiden (Matth. 4:1-10). En wie begon na de geboorte van Gods Koninkrijk in 1914 een oorlog tegen het gezalfde overblijfsel? Inderdaad, Satan (Openb. 12:17). Die oorlog is nog steeds aan de gang. Satan is eropuit om het geloof van de trouwe gezalfden die nog op aarde zijn, te ruïneren. Hij heeft het ook op de andere schapen gemunt. Als we die strijd willen winnen, moeten we ons standpunt tegen hem innemen en ons geloof sterk houden. Satan is allesbehalve nederig. Dat hij het lef had om aanmatigend Jehovah’s soevereiniteit ter discussie te stellen en zichzelf tot een rivaal van Jehovah te maken, was echt het toppunt van trots! Wat is dus één manier om ons standpunt tegen Satan in te nemen? Weersta de neiging tot trots en ontwikkel nederigheid (1 Petr. 5:5). w15 15/5 2:3, 4

donderdag 5 januari

Jehovah zal de tranen van alle aangezichten wissen. — Jes. 25:8.

We krijgen de aanmoediging onze toekomsthoop te visualiseren, of dat nu leven in de hemel is of op aarde. Zie je al voor je hoe je straks geniet van alles wat Jehovah ons belooft? Het kan heerlijk zijn om stil te staan bij wat je allemaal wilt gaan doen als Jehovah’s beloften in vervulling gaan. Als je de hoop hebt om voor altijd op aarde te leven, probeer je die toekomst dan levendig voor te stellen. Sta er eens bij stil hoe het zal zijn om samen met anderen de aarde in een paradijs te veranderen. Al je buren houden van Jehovah. Je bent gezond, energiek en de toekomst lacht je tegemoet. Je leven is nog plezieriger omdat degenen die het opzicht over de herstelwerkzaamheden hebben, echt om je geven. En je geniet ervan je talenten en vaardigheden te gebruiken om anderen te helpen en Jehovah te eren. Misschien mag je personen die net een opstanding hebben gekregen, helpen Jehovah te leren kennen (Joh. 17:3; Hand. 24:15). Dit is geen fantasie. Dit prachtige beeld is gebaseerd op Bijbelse waarheden over de toekomst (Jes. 11:9; 33:24; 35:5-7; 65:22). w15 15/5 3:15

vrijdag 6 januari

De feestleider proefde het water dat in wijn was veranderd. — Joh. 2:9.

Met zijn wonder zorgde Jezus voor een aanzienlijke hoeveelheid goede wijn, genoeg voor een grote groep mensen (Joh. 2:6-11). Jezus gebruikte zijn kracht nooit om er zelf beter van te worden. Denk bijvoorbeeld eens aan Jezus’ reactie toen de Duivel hem uitdaagde om stenen in brood te veranderen. Jezus weigerde dat te doen (Matth. 4:2-4). Hij gebruikte zijn kracht juist om in de behoeften van anderen te voorzien. Hoe kunnen we zijn onzelfzuchtige houding navolgen? Jezus zei: ‘Beoefent het geven’ (Luk. 6:38). Hoe kunnen we dit doen? Je zou anderen bij je thuis kunnen uitnodigen voor een maaltijd en opbouwende omgang. Of misschien kun je vrijgevig zijn met je tijd door na de vergadering iemand te helpen, bijvoorbeeld door naar een broeder te luisteren terwijl hij een aandeel oefent. Zou je iemand kunnen helpen bij het predikingswerk? We volgen Jezus’ vrijgevigheid na als we anderen helpen wanneer het maar kan. w15 15/6 1:3, 4, 6

zaterdag 7 januari

Geen inwoner zal zeggen: ‘Ik ben ziek.’ — Jes. 33:24.

Als we Jehovah trouw blijven, is het goed mogelijk dat we een van de grootste wonderen uit de geschiedenis zullen meemaken: de grote verdrukking overleven. Vlak na Armageddon zullen er nog meer wonderen plaatsvinden (Jes. 35:5, 6; Openb. 21:4). Stel je eens voor hoe mensen al hun hulpmiddelen weggooien, zoals brillen, wandelstokken, krukken, rolstoelen en hoorapparaten. Iedereen die Armageddon overleeft, zal genoeg te doen hebben. Jehovah heeft ons een mooie planeet gegeven, en die mogen wij in één groot paradijs veranderen (Ps. 115:16). De genezingen die Jezus in het verleden verrichtte, zijn nu een aanmoediging voor de ‘grote schare’ (Openb. 7:9). Ze versterken onze hoop dat we straks van alle kwalen genezen zullen worden en ze laten zien hoeveel Jezus van de mensen houdt (Joh. 10:11; 15:12, 13). En Jezus’ medeleven met mensen schetst ook een ontroerend beeld van de zorg die Jehovah voor elk van zijn aanbidders heeft (Joh. 5:19). w15 15/6 2:16, 17

zondag 8 januari

Wee de aarde en de zee, want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft. — Openb. 12:12.

In 1914 brak in Europa een oorlog uit die zich over de hele wereld uitbreidde. In 1918, tegen het einde van deze oorlog, waren er enorme voedseltekorten. Ook heerste er een griepepidemie waar meer mensen aan stierven dan er tijdens de oorlog waren omgekomen. Dat was allemaal onderdeel van ‘het teken’ dat Jezus had gegeven om duidelijk te maken dat hij was gaan regeren als Koning in de hemel (Matth. 24:3-8; Luk. 21:10, 11). Er zijn genoeg bewijzen dat Jezus in 1914 eropuit trok, ‘overwinnend en om zijn overwinning te voltooien’ (Openb. 6:2). Hij voerde oorlog tegen Satan en de demonen en reinigde de hemel door ze naar de aarde te werpen. Sinds die tijd gaan de geïnspireerde woorden in de tekst voor vandaag in vervulling. w15 15/6 4:13

maandag 9 januari

Ik zal overgaan tot bovennatuurlijke visioenen en openbaringen van de Heer. — 2 Kor. 12:1.

Binnen een eeuw nadat de christelijke gemeente was opgericht, begon de voorzegde afval zich te ontwikkelen (Hand. 20:28-30; 2 Thess. 2:3, 4). Daarna werd het steeds moeilijker om vast te stellen wie Jehovah dienden in zijn geestelijke tempel; wie waren nu echt Jehovah’s aanbidders? Eeuwen later kwam de tijd dat Jehovah zijn pas aangestelde Koning, Jezus Christus, gebruikte om zaken op te helderen. In 1919 was duidelijk wie Jehovah’s goedkeuring hadden en hem werkelijk in zijn geestelijke tempel dienden. Deze personen waren geestelijk gelouterd, of gereinigd, zodat hun dienst nog aanvaardbaarder was voor Jehovah (Jes. 4:2, 3; Mal. 3:1-4). Zo begon een visioen dat Paulus eeuwen daarvoor had gezien, deels in vervulling te gaan. Dat bovennatuurlijke visioen wordt beschreven in 2 Korinthiërs 12:2-4. Paulus noemde dit visioen een ‘openbaring’; het ging over iets in de toekomst. w15 15/7 1:6-8

dinsdag 10 januari

In die tijd zullen de rechtvaardigen zo helder schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. — Matth. 13:43.

Wil dit zeggen dat er sprake zal zijn van een ‘opname van de gemeente’ van gezalfden? Veel mensen in de christenheid geloven dat zij met hun menselijke lichaam in de hemel zullen worden opgenomen, en dat Jezus daarna zichtbaar zal terugkomen om over de aarde te regeren. Maar de Bijbel laat duidelijk zien dat het teken van de Zoon des mensen ‘in de hemel’ zal verschijnen en dat Jezus zal komen ‘op de wolken des hemels’ (Matth. 24:30). Beide uitdrukkingen duiden op onzichtbaarheid. Daar komt nog bij ‘dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven’. Degenen die in de hemel zullen worden opgenomen, moeten dus eerst ‘veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk, gedurende de laatste trompet’ (1 Kor. 15:50-53). Omdat de uitdrukking ‘opname van de gemeente’ aan een onbijbelse leerstelling doet denken, gebruiken we die term niet. Maar dat verandert niets aan het feit dat de overgebleven gezalfden in een ogenblik zullen worden opgenomen, of bijeenvergaderd. w15 15/7 2:14, 15

woensdag 11 januari

In het midden van de gemeente zal ik u loven. — Ps. 22:22.

Een Koninkrijkszaal is het centrum voor ware aanbidding in de lokale gemeenschap. De wekelijkse bijeenkomsten die er worden gehouden, zijn een voorziening die Jehovah heeft getroffen om ons geestelijk te voeden. De Koninkrijkszaal is de plaats waar we geestelijk verkwikt worden en leiding krijgen van Jehovah’s organisatie. Maar hoewel we zijn uitgenodigd om elke week opnieuw aan ‘de tafel van Jehovah’ te eten, moeten we die uitnodiging nooit als iets vanzelfsprekends beschouwen (1 Kor. 10:21). Jehovah vindt zulke gelegenheden voor aanbidding en wederzijdse aanmoediging heel belangrijk. Daarom drukt hij ons op het hart dat we het onderling vergaderen niet moeten nalaten (Hebr. 10:24, 25). Zouden we respect voor Jehovah tonen als we christelijke bijeenkomsten overslaan als daar geen goede reden voor is? We kunnen Jehovah laten zien hoeveel waardering we voor hem en zijn voorzieningen hebben door ons op de vergaderingen voor te bereiden en er enthousiast aan deel te nemen. w15 15/7 4:3, 4

donderdag 12 januari

Waakt voortdurend. — Matth. 24:42.

Deze aanmoediging van Jezus is een goede reden om vol verwachting naar het einde te blijven uitzien! Jehovah’s organisatie geeft in dit opzicht het goede voorbeeld. Onze publicaties moedigen ons voortdurend aan om ‘de tegenwoordigheid van de dag van Jehovah te verwachten en goed in gedachte te houden’, en om ons te blijven concentreren op de belofte van een nieuwe wereld (2 Petr. 3:11-13). Hoewel christenen eeuwen geleden ook al waakzaam moesten zijn, geldt dat nog meer voor ons. Waarom? Omdat wij tijdens Christus’ tegenwoordigheid leven. Het teken van zijn tegenwoordigheid is sinds 1914 duidelijk zichtbaar. Dat samengestelde teken, dat onder andere bestaat uit verslechterende omstandigheden in de wereld en een wereldwijd predikingswerk, laat zien dat we in ‘het besluit van het samenstel van dingen’ leven (Matth. 24:3, 7-14). Jezus heeft niet gezegd hoelang die periode zou gaan duren. Daarom moeten we geestelijk wakker blijven, erop voorbereid dat het einde elk moment kan komen. w15 15/8 2:4, 5

vrijdag 13 januari

Schep heerlijke verrukking in Jehovah. — Ps. 37:4.

In de nieuwe wereld zullen we het meest gelukkig worden van het feit dat in onze geestelijke behoeften zal worden voorzien (Matth. 5:3). Geestelijke activiteiten zullen het belangrijkst voor ons zijn en we zullen echt genieten van onze dienst voor Jehovah. Als we nu al prioriteit geven aan geestelijke zaken, bereiden we ons voor op het werkelijke leven in de toekomst (Matth. 6:19-21). Hoe kunnen we meer plezier krijgen in theocratische activiteiten? Eén manier is door ons geestelijke doelen te stellen. Ben je jong en denk je serieus na over een carrière in Jehovah’s dienst? Zoek dan eens wat op over de verschillende vormen van de volletijddienst en kies je geestelijke doel. Ga ook eens met iemand praten die al jaren in de volletijddienst is. Als je nu voor een carrière in Jehovah’s dienst gaat, bereid je je voor op de nieuwe wereld. De theocratische ervaring die je nu opdoet, zal daar van grote waarde zijn. w15 15/8 3:13, 14

zaterdag 14 januari

De vrucht van de geest is liefde. — Gal. 5:22.

Andere aspecten van de vrucht van de geest, zoals zachtaardigheid, zelfbeheersing en geduld, zijn ook belangrijk (Gal. 5:23). Die eigenschappen kunnen een rijpe christen helpen om met moeilijke situaties om te gaan zonder geïrriteerd te raken, en om zware teleurstellingen te verwerken zonder de hoop te verliezen. Zo iemand zal tijdens zijn persoonlijke studie steeds op zoek gaan naar Bijbelse principes die hem kunnen helpen om goed van kwaad te onderscheiden. Vervolgens neemt hij verstandige beslissingen, waarbij hij naar zijn geweten luistert dat gevormd is door de Bijbel. Hij toont nederigheid door dingen op Jehovah’s manier te doen in plaats van op zijn eigen manier. Hij predikt ijverig het goede nieuws en draagt bij tot de eenheid van de gemeente. Hoelang we Jehovah ook dienen, we moeten ons allemaal afvragen: Zijn er terreinen waarop ik Jezus’ voorbeeld beter zou kunnen volgen? Welke veranderingen moet ik aanbrengen om geestelijk verder te groeien? w15 15/9 1:6, 7

zondag 15 januari

Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? — Matth. 14:31.

De discipelen zien Jezus op de Zee van Galilea lopen. Petrus roept Jezus en vraagt of hij naar hem toe mag lopen, en Jezus zegt: ‘Kom!’ Petrus klimt uit de boot en begint over het onstuimige water naar Jezus toe te lopen! Maar even later begint Petrus te zinken. Waarom? Hij keek naar de storm en werd bang. Hij schreeuwt om hulp tot Jezus, die hem snel vastgrijpt en de bovenstaande woorden zegt (Matth. 14:24-32). Toen Petrus uit de boot klom om over het water te lopen, deed hij dat in geloof. Jezus had hem geroepen, en Petrus had het vertrouwen dat Gods kracht hem zou helpen, net zoals die kracht Jezus hielp. Toen wij ons aan Jehovah opdroegen en ons lieten dopen, deden ook wij dat in geloof. Jezus heeft ons ‘geroepen’ om zijn voorbeeld nauwkeurig te volgen. We moesten geloof tonen in Jehovah en Jezus, in het vertrouwen dat ze ons altijd zouden helpen (Joh. 14:1; 1 Petr. 2:21). w15 15/9 3:1, 3

maandag 16 januari

Hij behoedt de ziel van zijn loyalen; uit de hand van de goddelozen bevrijdt hij hen. — Ps. 97:10.

Een goede vader vindt het belangrijk om zijn gezin tegen mogelijke schade en ernstig gevaar te beschermen. Jehovah, onze hemelse Vader, doet dat ook. Neem bijvoorbeeld je ogen. Net zoals je je ogen zou beschermen omdat je ze kostbaar vindt, beschermt Jehovah zijn volk omdat hij ons kostbaar vindt (Zach. 2:8). Jehovah heeft soms toegelaten dat trouwe aanbidders van hem door vijanden werden gedood, zoals Stefanus. Maar als groep beschermt hij zijn volk door ze steeds op tijd te waarschuwen voor Satans listen (Ef. 6:10-12). Via zijn Woord en de publicaties van zijn organisatie worden we gewaarschuwd voor bijvoorbeeld immoreel en gewelddadig amusement, liefde voor geld en de gevaren van internet. Het is duidelijk dat Jehovah, als een liefdevolle Vader, voor het welzijn en de veiligheid van zijn volk zorgt. w15 15/9 4:15, 17

dinsdag 17 januari

De hand van Jehovah is niet te kort geworden zodat ze niet redden kan. — Jes. 59:1.

Een bewijs dat Jehovah’s machtige hand ons helpt, is het succes dat we hebben bij ‘het verdedigen en wettelijk bevestigen van het goede nieuws’ (Fil. 1:7). Sommige overheden hebben geprobeerd het werk van Gods volk volledig tot stilstand te brengen. Maar Jehovah’s Getuigen hebben minstens 268 overwinningen voor hooggerechtshoven behaald: sinds het jaar 2000 alleen al 24 bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Als we daarover nadenken, is het duidelijk dat niemand Gods hand kan tegenhouden (Jes. 54:17). Nog een bewijs dat Jehovah zijn volk helpt, is het feit dat het goede nieuws wereldwijd gepredikt wordt. Dat is alleen mogelijk met zijn steun (Matth. 24:14; Hand. 1:8). En denk ook aan de verenigde, internationale broederschap van Jehovah’s volk in deze tijd — iets wat de wereld niet voor elkaar krijgt. Geen wonder dat zelfs buitenstaanders zeggen: ‘God is werkelijk in uw midden’ (1 Kor. 14:25). Dus als volk hebben we genoeg bewijzen dat Jehovah ons helpt (Jes. 66:14). w15 15/10 1:13, 14

woensdag 18 januari

Hebt de dingen in de wereld niet lief. — 1 Joh. 2:15.

Het is gevaarlijk om te veel gebruik te maken van wat de wereld te bieden heeft (1 Kor. 7:29-31). Het kan makkelijk gebeuren dat een christen buitensporig veel tijd besteedt aan dingen die op zich niet verkeerd zijn. Denk aan hobby’s, tv-kijken, uitstapjes maken, lezen, winkelen of steeds op zoek zijn naar de nieuwste elektronische gadgets of andere mooie spullen. Er kan ook veel tijd verloren gaan aan sociale netwerksites, het versturen van berichtjes, het doorsturen van mailtjes of het continu checken van de sportuitslagen of het laatste nieuws. Dit soort dingen kunnen zelfs een obsessie worden (Pred. 3:1, 6). Als we geen grenzen stellen aan de hoeveelheid tijd die we besteden aan dingen die niet per se belangrijk zijn, dan verwaarlozen we misschien het belangrijkste: onze aanbidding van Jehovah (Ef. 5:15-17). Satan wil ons verleiden en afleiden met wat deze wereld te bieden heeft. Dat was al zo in de eerste eeuw en nu zelfs nog meer (2 Tim. 4:10). Daarom is het belangrijk om de raad in de tekst voor vandaag op te volgen. w15 15/10 3:7, 8

donderdag 19 januari

Onderricht ons wat wij dienen te doen. — Recht. 13:8.

Manoah en zijn vrouw zouden een zoon krijgen! Natuurlijk was Manoah gelukkig, maar hij was zich ook bewust van de zware verantwoordelijkheid. Hoe konden ze hun zoon leren Jehovah te dienen in een land waar zo veel mensen slechte dingen deden? Manoah smeekte: ‘Neem mij niet kwalijk, Jehovah. Laat alstublieft de man van de ware God [de engel] die gij zojuist gezonden hebt, nog eens bij ons komen en ons onderrichten wat wij met het kind dat geboren zal worden, dienen te doen’ (Recht. 13:1-8). Als je kinderen hebt, kun je wel begrijpen waarom Manoah dit dringende verzoek deed. Ook jij hebt de grote verantwoordelijkheid om je kind te helpen Jehovah te leren kennen en van Hem te houden (Spr. 1:8). Om dat doel te bereiken, zorgen christelijke ouders voor een zinvol en progressief programma van gezinsaanbidding. Maar wil een kind zich de waarheid echt eigen maken, dan is er natuurlijk meer nodig dan een wekelijkse gezinsstudie (Deut. 6:6-9). Kun jij je kind helpen Jehovah te gaan dienen? w15 15/11 1:1, 2

vrijdag 20 januari

Zie, stellig een Israëliet, in wie geen bedrog is. — Joh. 1:47.

Jij kunt niet zoals Jezus harten lezen, maar je kunt met Jehovah’s hulp wel inzicht tonen. Gebruik je dat vermogen om naar het goede in je kind te zoeken? Niemand wil het etiket ‘lastig’ opgeplakt krijgen. Bestempel je kind dan ook nooit als ‘opstandige tiener’ of ‘probleemkind’ — ook niet in gedachten. Zelfs als je tiener in een moeilijke periode zit, moet je hem laten weten dat je zijn potentieel ziet en zijn oprechte verlangen om het goede te doen. Let op tekenen van verbetering en geef complimenten. Help hem zijn goede eigenschappen verder te ontwikkelen door hem steeds iets meer verantwoordelijkheid te geven. Jezus deed dat ook. Ongeveer anderhalf jaar nadat Jezus Nathanaël had ontmoet, koos hij hem uit als apostel. Nathanaël werd een ijverige christen (Luk. 6:13, 14; Hand. 1:13, 14). Je complimenten en aanmoediging zullen je kind helpen beseffen dat hij niet iemand is die het nooit goed kan doen, maar iemand die goed gebruikt kan worden door Jehovah. w15 15/11 2:15, 16

zaterdag 21 januari

Zij verrichten dag en nacht heilige dienst voor God. — Openb. 7:15.

Toen de laatste dagen in 1914 begonnen, waren er wereldwijd maar een paar duizend aanbidders van Jehovah. Uit naastenliefde en met de hulp van Gods heilige geest volhardde een klein overblijfsel van gezalfde christenen in het predikingswerk. Als gevolg daarvan wordt er nu een grote schare mensen bijeengebracht, die de hoop op eeuwig leven op aarde hebben. Er zijn wereldwijd al ongeveer 8 miljoen Getuigen in meer dan 115.400 gemeenten, en die aantallen blijven toenemen. Er werden bijvoorbeeld tijdens het dienstjaar 2014 meer dan 275.500 nieuwe Getuigen gedoopt — een gemiddelde van zo’n 5300 per week. Onze organisatie blijft groeien omdat we geloof hebben in Jehovah, en omdat we de Bijbel als zijn geïnspireerde Woord aanvaarden (1 Thess. 2:13). Ondanks de haat en tegenstand van Satan, ‘de god van dit samenstel van dingen’, kent Jehovah’s volk uitzonderlijke geestelijke voorspoed (2 Kor. 4:4). w15 15/11 4:12, 14, 16

zondag 22 januari

Het woord van onze God zal tot onbepaalde tijd blijven. — Jes. 40:8.

Geleerden hebben duizenden fragmenten, manuscripten en oude vertalingen vergeleken en zorgvuldig bestudeerd. Uit zulke studies is gebleken dat het aantal verschillen maar heel klein is. En de paar verzen waar enige onduidelijkheid over bestaat, veranderen niet de algehele boodschap. Een studie van oude manuscripten overtuigt oprechte Bijbelstudenten ervan dat de Bijbel die we nu hebben, Jehovah’s geïnspireerde boodschap is. Jehovah heeft erop toegezien dat zijn Woord het meest vertaalde boek in de geschiedenis van de mensheid is. Ondanks hevige tegenstand van vijanden is de Bijbel geheel of gedeeltelijk verkrijgbaar in meer dan 2800 talen. En hoewel veel mensen weinig of geen geloof in God hebben, is de Bijbel nog steeds een bestseller. De vertalingen van de Bijbel zijn niet allemaal even duidelijk of betrouwbaar, maar bijna alle vertalingen brengen de fundamentele boodschap van hoop en redding over. w15 15/12 1:13, 14

maandag 23 januari

Onbezonnen spraak is als de steken van een zwaard. — Spr. 12:18.

Woorden hebben de kracht om zowel te kwetsen als te genezen. In Satans wereld is het heel normaal om elkaar met woorden pijn te doen. Veel films en tv-programma’s moedigen aan om je ‘tong te scherpen net als een zwaard’ en ‘bittere taal’ af te schieten als pijlen (Ps. 64:3). Een christen moet zulke taal vermijden. Een voorbeeld van ‘bittere taal’ is sarcasme: bijtende opmerkingen die bedoeld zijn om iemand te kleineren of op zijn nummer te zetten. Sarcastische opmerkingen zijn vaak grappig bedoeld, maar ze kunnen snel ontaarden in respectloze en beledigende spraak. Wreed sarcasme is een vorm van ‘schimpend gepraat’, wat niet bij een christen hoort. Humor kan kleur geven aan onze woorden, maar we moeten oppassen dat we niet grappig willen zijn ten koste van anderen. De Bijbel geeft de raad: ‘Laat geen verdorven woord uit uw mond voortkomen, maar elk woord dat goed is tot opbouw waar het nodig is, opdat daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor de hoorders’ (Ef. 4:29, 31). w15 15/12 3:10

dinsdag 24 januari

Indien gij u nauwlettend voor deze dingen wacht, zal het u goed gaan. Wij wensen u een goede gezondheid toe! — Hand. 15:29.

Deze laatste woorden van de brief van het eerste-eeuwse besturende lichaam aan alle gemeenten, kunnen ook worden weergegeven met ‘wees sterk’. Hoewel het in dit vers om een gebruikelijke slotzin gaat, herinneren die woorden ons eraan dat het heel normaal is dat we gezond en sterk willen zijn in onze dienst voor Jehovah. Zolang deze wereld nog bestaat en wij onvolmaakt zijn, is ziekte iets wat bij het leven hoort. We kunnen in deze tijd geen wonderbare genezingen verwachten. Maar Openbaring 22:1, 2 wijst vooruit naar de tijd dat we van top tot teen gezond zullen zijn. De apostel Johannes zag in een visioen ‘een rivier van water des levens’ en ‘bomen des levens’ met bladeren ‘tot genezing van de natiën’. Dit slaat niet op een of ander kruidenmiddel. Het verwijst naar Jehovah’s voorziening om door middel van Jezus eeuwig leven te geven aan de gehoorzame mensheid — echt iets om naar uit te kijken! — Jes. 35:5, 6. w15 15/12 4:17, 18

woensdag 25 januari

Wij willen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden is. — Zach. 8:23.

Jehovah voorspelde over onze tijd: ‘Het zal zijn in die dagen dat tien mannen uit alle talen der natiën zullen vastgrijpen, ja, zij zullen werkelijk de slip vastgrijpen van een man die een jood is, en zeggen: “Wij willen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden is”’ (Zach. 8:23). Net als de tien symbolische mannen pakken degenen met een aardse hoop de mantel vast van ‘een man die een jood is’. Ze vinden het een eer om met het gezalfde ‘Israël Gods’ samen te werken, want ze weten dat Jehovah zijn gezalfden zegent (Gal. 6:16). Net als de profeet Zacharia sprak ook Jezus over de hartverwarmende eenheid onder Gods volk. Hij gaf aan dat zijn volgelingen uit twee groepen bestonden: een ‘kleine kudde’ en ‘andere schapen’. Toch zouden ze ‘één kudde’ zijn met ‘één herder’ (Luk. 12:32; Joh. 10:16). w16.01 4:1, 2

donderdag 26 januari

Blijft deze dingen bedenken. — Fil. 4:8.

We moeten onze band met God beschermen. Omdat we in een wereld leven die door Satan geregeerd wordt en omdat we onvolmaakt zijn, zouden we al snel verkeerde gedachten en slecht gedrag van de wereld kunnen overnemen. De geest van de wereld kan vergeleken worden met een stroom in een rivier, die je in een richting voert die je niet wilt. Om te voorkomen dat je meegesleurd wordt, moet je krachtig tegen de stroom in zwemmen. Zo moeten we veel moeite doen om te voorkomen dat we meegesleurd worden door de geest van Satans wereld. Dat doen we bijvoorbeeld door te prediken, want dan zijn we bezig met belangrijke geestelijke zaken die ons goeddoen in plaats van gedachten die ons geloof verzwakken. Prediken versterkt ons geloof, want het herinnert ons aan Jehovah’s beloften en liefdevolle maatstaven. Ook helpt het ons om onze geestelijke wapenrusting intact te houden (Ef. 6:14-17). Als we druk bezig blijven met geestelijke activiteiten, hebben we gewoon geen tijd om ons te veel zorgen te maken over onze eigen problemen. Dat is echt een bescherming. w16.01 5:12, 13

vrijdag 27 januari

Uw volk zal mijn volk zijn, en uw God mijn God. — Ruth 1:16.

Merk je Ruths liefde voor Jehovah op? De grondbezitter Boaz prees haar omdat ze haar toevlucht had gezocht onder Jehovah’s vleugels (Ruth 2:12). Dat kan doen denken aan een jong vogeltje dat bescherming zoekt onder de grote vleugels van een beschermende ouder (Ps. 36:7; 91:1-4). Jehovah werd zo’n ouder voor Ruth. Hij beloonde haar geloof, en ze heeft nooit reden gehad om spijt te hebben van haar beslissing. In deze tijd leren veel mensen wel over Jehovah, maar maken hem niet tot degene bij wie ze hun bescherming zoeken. Ze dragen zich niet aan hem op. Als jij aarzelt om je op te dragen aan Jehovah, heb je je dan weleens afgevraagd waarom? Ieder mens dient wel de een of andere god (Joz. 24:15). Waarom zou je dan niet je bescherming zoeken bij de enige God die het waard is aanbeden te worden? Je aan Jehovah opdragen is een uitstekende manier om je geloof in hem te tonen. Hij zal je helpen om je aan je woord te houden, wat er ook op je pad komt. Dat deed hij ook voor Ruth. w16.02 2:6, 7

zaterdag 28 januari

Laat ik hem alstublieft met de speer slechts eenmaal aan de grond spietsen, en ik zal het hem geen tweemaal doen. — 1 Sam. 26:8.

Toen Abisaï het kamp van Saul binnensloop, begreep hij niet goed welke loyaliteit op de eerste plaats moest komen. Uit loyaliteit aan David wilde hij koning Saul doden. Maar David hield hem tegen, omdat hij begreep dat het verkeerd zou zijn ‘de gezalfde van Jehovah’ iets aan te doen (1 Sam. 26:9-11). We kunnen uit dat voorval een belangrijke les leren: Hoewel het niet verkeerd is om aan meerdere personen tegelijk loyaal te zijn, kunnen de belangen soms botsen. Als dat gebeurt, moeten we ons door Bijbelse principes laten leiden om te bepalen wie in de eerste plaats onze loyaliteit verdient. Loyaliteit komt uit het hart, maar ons hart is verraderlijk (Jer. 17:9). Daarom kan iemand die loyaal aan God is, makkelijk een sterke loyaliteit voelen voor een goede vriend of een familielid, zelfs als die persoon slechte dingen doet. Vooral als iemand die dicht bij ons staat de waarheid verlaat, moeten we bedenken dat Jehovah altijd in de eerste plaats onze loyaliteit verdient (Matth. 22:37). w16.02 4:5, 6

zondag 29 januari

Vergewist u ervan wat de goede en welgevallige en volmaakte wil van God is. — Rom. 12:2.

We moeten voor onszelf nagaan wat Jehovah’s wil is. Maar waarom zou je iets nagaan wat je al hebt aanvaard? Een Bijbels voorbeeld. Timotheüs kende de Schriften goed. Hij was van jongs af aan door zijn moeder en oma onderwezen. Toch kreeg hij van Paulus de aansporing om te ‘blijven in de dingen die hij had geleerd en waarin hij door overtuiging was gaan geloven’ (2 Tim. 3:14, 15). Volgens een naslagwerk brengt het woord ‘overtuiging’ in de oorspronkelijke taal de gedachte over van ‘er zeker van zijn dat iets waar is’. Timotheüs had zich de waarheid eigen gemaakt. Hij had de waarheid aanvaard, niet omdat zijn moeder en oma zeiden dat dat moest, maar omdat hij er zelf over had nagedacht en ervan overtuigd was geraakt (Rom. 12:1). Op dezelfde manier helpt ijverige persoonlijke studie jou ook om antwoorden te krijgen op vragen, twijfels weg te nemen en je overtuiging sterker te maken (Hand. 17:11). w16.03 2:3, 4, 7

maandag 30 januari

[Zij] waren (...) gewoon om van jaar tot jaar voor het paschafeest naar Jeruzalem te gaan. — Luk. 2:41.

Stel je eens de Israëlieten in Bijbelse tijden voor die naar de tempel in Jeruzalem zijn gekomen voor een feest. Ze zullen zich op de reis hebben voorbereid en tijdens de reis voor elkaar hebben gezorgd. Nu aanbidden ze Jehovah samen bij de tempel. Bij dit alles was samenwerking belangrijk. Op onze reis naar de nieuwe wereld moeten ook wij harmonieus met elkaar samenwerken. Denk eens aan de zegeningen die ons te wachten staan! We hebben inmiddels de verdeeldheid en verwarring van deze wereld achter ons gelaten. En we zien in deze tijd de woorden van Jesaja en Micha in vervulling gaan — Gods volk gaat in eenheid op naar ‘de berg van Jehovah’ (Jes. 2:2-4; Micha 4:2-4). Onze vorm van aanbidding is nu, in ‘het laatst der dagen’, inderdaad verheven! En we zullen alleen nog maar gelukkiger worden als straks alle mensen op aarde in eenheid met elkaar samenwerken. w16.03 3:16, 17

dinsdag 31 januari

Voor alles is er een vastgestelde tijd. — Pred. 3:1.

Sommige ouderlingen vinden het moeilijk om tijd opzij te zetten voor de opleiding van anderen. Misschien denken ze: ‘Ik weet dat het opleiden van broeders belangrijk is. Maar het is niet zo dringend als andere dingen in de gemeente, die echt niet kunnen wachten. We moeten hoe dan ook de gemeente draaiende houden; opleiden kan later ook nog.’ Het is waar dat er veel zaken zijn die een ouderling meteen moet afhandelen. Maar als het opleiden van broeders wordt uitgesteld, kan dat het geestelijke welzijn van de gemeente schaden. Ouderlingen dragen zorg voor veel belangrijke taken die direct afgehandeld moeten worden. Maar als ouderlingen de noodzakelijke opleiding blijven uitstellen, zal de gemeente op den duur niet genoeg broeders hebben voor al het werk dat moet worden gedaan. We moeten de waarde van opleiding dus nooit onderschatten. Ouderlingen die vooruitdenken en tijd investeren in het opleiden van minder ervaren broeders, zijn ‘voortreffelijke beheerders’ (1 Petr. 4:10). Ze zijn echt een zegen voor de hele gemeente. w15 15/4 1:4, 6, 7

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen