Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w67 1/4 blz. 222-223
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
w67 1/4 blz. 222-223

Vragen van lezers

● Jehovah God is gekant tegen alle vormen van demonisme. Toch schijnen Ezechiël 21:21, 22 en de context erop te wijzen dat hij waarzeggerij zodanig beïnvloedde, dat Nebukadnezar zijn militaire macht op Jeruzalem aanstuurde. Waarom deed God dat? — K.M., V.S.

Volgens Ezechiël 21:21, 22 vertelde Jehovah zijn profeet Ezechiël: „Want de koning van Babel zal aan den tweesprong staan, aan het begin van de twee wegen en waarzeggerij plegen; hij zal de pijlen schudden; hij zal de terafim raadplegen; hij zal de lever bezien. In zijn rechterhand zal het lot zijn, dat Jeruzalem aanwijst, om er stormrammen op te stellen, om er den mond te openen tot moordgeschreeuw, er de stem te verheffen tot een krijgskreet, om er stormrammen op te stellen tegen de poorten, een wal op te werpen en een schans te bouwen.” Nebukadnezar had besloten een veroveringsoorlog te voeren. Hij werd echter voor een keus gesteld. Hij kon óf tegen Rabba in Ammon optrekken, óf het geweld van zijn strijdkrachten op Jeruzalem in Juda aansturen. De heidense Babylonische monarch nam zijn toevlucht tot waarzeggerij, als gevolg waarvan Jeruzalem het doel van de aanval werd.

Men moet bij het beschouwen van het verslag in Ezechiël 21:18-23 bedenken, dat de inwoners in Juda en Jeruzalem zeer zondig waren geworden. Om deze reden had Jehovah God besloten vernietiging over Jeruzalem te brengen. Dat Jehovah deze stad door de Babyloniërs liet belegeren, was dus in overeenstemming met zijn wil. Daarom zorgde hij ervoor dat Nebukadnezar de weg naar Jeruzalem koos.

Maar zou Jehovah van demonen gebruik maken om zijn voornemens te verwezenlijken? Beslist niet. Hij zou hen er niet toe bewegen of inspireren om bij het leiden van de aangelegenheden door middel van vormen van waarzeggerij, als zijn instrumenten op te treden. De demonen zijn immers niet bij machte Gods wil te weerstaan of te dwarsbomen. Toen Nebukadnezar trachtte een militaire beslissing te nemen, kon Jehovah stellig doen wat hem behaagde; Hij zou niet toelaten dat het verloop van de waarzeggerij tegengesteld zou zijn aan Zijn wil. De Allerhoogste kon zijn invloed doen gelden met betrekking tot waarzeggerij, indien dat nodig mocht zijn. Dit zou geen gebruikmaking van demonisme zijn, maar een verijdeling ervan. Jehovah kon bijvoorbeeld, indien nodig, de lever, die voor waarzeggerij werd gebruikt, er bij die gelegenheid op een bepaalde manier laten uitzien. Aldus kon God de waarzeggerij in bepaalde banen leiden.

Nadat Jeruzalem en Juda voor hun overtredingen hadden geboet, zou er een tijd van herstel aanbreken. Hierover en over zijn eigen oppermacht verklaarde Jehovah: „Ik ben de HERE, . . . die de tekenen der leugenprofeten te niet doe en de waarzeggers als dwazen aan de kaak stel [doordat hij ervoor zorgt dat hun voorspellingen vals blijken te zijn]; die de wijzen doe terugwijken en hun kennis tot dwaasheid maak; die het woord van mijn knecht gestand doe en de aankondiging mijner boden volvoer; die tot Jeruzalem zeg: Het worde bewoond; tot de steden van Juda: Laten zij herbouwd worden, haar puinhopen richt Ik weer op” (Jes. 44:24-26). De geschiedenis bevestigt dat Jeruzalem herbouwd werd en dat de verschillende steden van Juda weer bewoond werden.

Wij weten niet precies hoe Jehovah tussenbeide kwam toen Nebukadnezar zich tot waarzeggerij wendde en er besloten werd dat, naar aanleiding van de wijze waarop de waarzeggers de dingen lazen en interpreteerden, de Babylonische troepen tegen Jeruzalem in plaats van tegen Rabba moesten optrekken. Het schijnt voldoende te zijn als wij goed begrijpen dat Jehovah zijn voornemens altijd ten uitvoer brengt. — Jes. 55:8-11.

● Uit een zorgvuldige vergelijking van Matthéüs 1:1-16 en Lukas 3:23-38 blijkt, dat Matthéüs de geslachtslijn van Jezus Christus over Salomo laat lopen, maar Lukas over Nathan, een andere zoon van David. Hoe komt het dan dat in beide stambomen Seálthiël en Zerubbábel voorkomen? — M.K., Alaska.

Klaarblijkelijk is na vele generaties de naar Jezus leidende geslachtslijn van koning David via zijn zoon Nathan door een huwelijk in de geslachtslijn via Salomo opgegaan.

Eén Kronieken 3:16-18 toont aan dat Seálthiël de vleselijke zoon van Jechonja (koning Jojachin) was. Matthéüs stemt hiermee in als hij verklaart: „Na de wegvoering naar Babylon werd Jechonja de vader van Seálthiël” (Matth. 1:12). Lukas vergist zich echter niet als hij Seálthiël „de zoon van Neri” noemt (Luk. 3:27). Dit was blijkbaar waar aangezien Neri zijn dochter aan Seálthiël ten huwelijk gaf. Daar het bij de Hebreeën niet ongewoon was een schoonzoon als een zoon aan te duiden — in het bijzonder in geslachtsregisters — kon Lukas met recht Seálthiël de zoon van Neri noemen, precies zoals hij reeds eerder Jozef de zoon van Eli had genoemd, die feitelijk de vader van Jozefs vrouw Maria was. — Luk. 3:23.

De geslachtslijn van David via Nathan was dus als gevolg van een dergelijke huwelijksverbintenis in de geslachtslijn via Salomo opgegaan. Dit verklaart ook het feit dat zowel Matthéüs als Lukas Seálthiëls zoon Zerubbábel noemen. Als gevolg van verschillende nakomelingen van Zerubbábel vervolgden de beide geslachtslijnen ten slotte weer apart hun weg naar Jezus Christus.

Terecht verklaart dus het boek „Dingen waarin God onmogelijk kan liegen” op bladzijde 71: „De meeste joden die de val en vernietiging van Jeruzalem overleefden, werden in ballingschap naar Babylon gevoerd. Onder de joden die zich daar gedurende de volgende zeventig jaar in gevangenschap bevonden, was iemand, Neri geheten, die van koning David via diens zoon Nathan was afgestamd. Deze geslachtslijn en die van Salomo werden nu zo nauw aan elkaar verwant dat ze bij Seálthiël en diens zoon Zerubbábel samenvielen.” Het onderling verband tussen deze afstammingslijnen wordt ook op de bladzijden 112 en 113 van deze publikatie getoond.

Gelieve voor meer inlichtingen over de door Matthéüs en Lukas weergegeven afstammingslijnen van Jezus Christus De Wachttoren van 15 september 1962, de bladzijden 575 en 576 te raadplegen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen