Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 15/2 blz. 117-120
  • Wanneer haat goed is — een bescherming

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wanneer haat goed is — een bescherming
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VERKEERDE EN JUISTE SOORTEN VAN HAAT
  • WAAROM HET KWADE TE HATEN
  • NOODZAAK VAN JUISTE HAAT IN DEZE TIJD
  • HET KWADE HATEN — EEN BESCHERMING
  • HOE HET KWADE TE HATEN
  • Haat
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Haat
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Wanneer haat dwaas is
    Ontwaakt! 1973
  • De enige manier om haat uit te roeien
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 15/2 blz. 117-120

Wanneer haat goed is — een bescherming

IN EEN supermarkt liet een huisvrouw van middelbare leeftijd een blik ansjovis in haar tas glijden zonder ervoor te betalen. Terzelfder tijd stopte haar man aan de overkant van de straat een rond metalen voorwerp in een parkeermeter, waar het als een kwartje werd geregistreerd. Hun dochter kwam die dag eerder van haar werk thuis na voorgewend te hebben dat zij ziek was. Hoe denkt u hierover? Vindt u het handig zo te handelen of haat u dergelijke daden?

Deze overtredingen lijken misschien onbelangrijk, maar zijn ze dit ook? Oceanen bestaan uit waterdruppels. Een klein vonkje kan een bosbrand veroorzaken. Kleine overtredingen kunnen tot grote rampen leiden. Jezus Christus heeft gezegd: „Wie getrouw is in het geringste, is ook getrouw in veel, en wie onrechtvaardig is in het geringste, is ook onrechtvaardig in veel” (Luk. 16:10). Verkeerde daden, ook al zijn ze klein, dienen dus niet verontschuldigd te worden maar met ernstige zorg te worden beschouwd, omdat ze een bewijs vormen van morele zwakte.

Iemand is zich er ongetwijfeld beter van bewust hoe slecht het is kwaad te doen, wanneer de daad, klein of groot, tegen hemzelf wordt bedreven. Dan doet het pijn. De pijn wordt werkelijk gevoeld. Als de moeder met de ansjovis thuiskwam en bemerkte dat haar televisietoestel was gestolen, als de vader iemand erop betrapte dat hij hem te weinig geld teruggaf of als de verloofde van de dochter ziekte voorwendde om met een ander meisje uit te gaan, zouden deze mensen zulke daden weerzinwekkend vinden en een luid protest laten horen. Het verschil is natuurlijk dat zij zelf de slachtoffers zouden zijn.

Als wij over het kwaad horen dat in de wereld wordt bedreven — het bedrog, de frauduleuze praktijken, de berovingen, de daden van hoererij en overspel de onmenselijke wreedheden en de slachtpartijen — helpt het ons de juiste zienswijze te verkrijgen als wij bedenken dat wij of onze geliefden er de slachtoffers van zouden kunnen zijn. En als iemand in de verleiding komt kwaad te doen, doet hij er goed aan zich af te vragen hoe hij zich zou voelen als datzelfde kwaad tegen hem of leden van zijn gezin werd bedreven.

Zulk een benadering van het probleem doet iemand beter begrijpen en waarderen waarom God beveelt: „O gij die Jehovah liefhebt, haat het slechte.” Ook waarom de apostel Paulus de aansporing gaf: „Hebt een afschuw van wat goddeloos is.” En waarom de psalmist zei: „Ik [heb] elk leugenpad gehaat. Leugen heb ik gehaat, en ik blijf ze werkelijk verfoeien” (Ps. 97:10; Rom. 12:9; Ps. 119:104, 163). Denkt u net zo over slechtheid als de apostel en de psalmist? Haat u het slechte?

VERKEERDE EN JUISTE SOORTEN VAN HAAT

Het woord „haat” heeft verschillende betekenisnuances. Het kan betrekking hebben op intense vijandschap, een langdurig gekoesterde wrok die vaak gepaard gaat met boosaardigheid en waardoor men ertoe wordt gebracht het voorwerp van zijn haat schade toe te brengen. Dit is een verkeerde soort van haat. De beweegreden deugt niet. Zulk een haat spruit voort uit de Duivel, wordt vaak in een verwarde en gefrustreerde geest gevoed en is in alle gevallen verkeerd gericht. De hele geschiedenis van mensen en natiën onder het toezicht van de Duivel is praktisch één voortdurend verslag van gewelddadige, door bloedvergieten gekenmerkte haat. Soms zijn er slechts enkele personen bij betrokken. Op andere tijden overspoelen anarchie en revolutie een gehele natie. Vaak heeft de haat die als gevolg van internationale oorlogen ontstaat, tot gevolg dat duizenden onschuldige levens worden vernietigd.

„Haat” kan ook betrekking hebben op een hevige afkeer, maar zonder de bedoeling het voorwerp van deze afkeer schade toe te brengen, terwijl men het veeleer uit de weg tracht te gaan, zoals wanneer men van iets onsmakelijks walgt. Deze soort van haat is goed als hij tegen het slechte gericht is.

Met deze juiste soort van haat volgt men Jehovah, de God van rechtvaardigheid, na. Hij haat het kwade niet omdat het hem frustreert, en ook toont hij zijn haat niet door een onbeheerst, heftig of gewelddadig optreden. Gods haat ten opzichte van het slechte is een op beginselen gebaseerde haat. Zulk een haat verstoort niet iemands vrede des geestes en kwelt hem niet met maagzweren. Het is een krachtige afkeer, een hevige afschuw van het kwade, een uitgesproken antipathie en een intense weerzin ertegen. Het betekent van het kwade te walgen en het te verfoeien omdat het verkeerd, buitengewoon schadelijk en absoluut liefdeloos is. — Spr. 6:16-19.

WAAROM HET KWADE TE HATEN

In de eerste plaats kan gezegd worden dat Jehovah het kwade haat. Dat op zichzelf vormt reeds voldoende reden voor ons om het kwade eveneens te haten. Als een liefdevolle, verstandige vader weigert vergiftige paddestoelen te eten, dient dit voor zijn zoontje voldoende reden te vormen er ook van te gruwen. En als de vader de jongen verbiedt ze te eten, is dit een dubbele reden waarom een gehoorzame jongen die zijn vader liefheeft, ze als voedsel zal versmaden. Het gaat er bij de jongen niet alleen om dat hij de gevolgen haat in de vorm van ziekte als hij zijn vader ongehoorzaam is, maar zijn gehoorzaamheid spruit uit een innige liefde voor zijn vader voort.

Een tweede, niettemin zeer belangrijke reden waarom wij het kwade moeten haten, heeft met de eruit voortvloeiende gevolgen te maken. Er staat in Spreuken: „Een slecht persoon zal niet ongestraft blijven” (Spr. 11:21). De mannen en vrouwen vóór de vloed in Noachs dagen ontkwamen niet aan de gevolgen van hun slechte handelwijze; slechts acht personen die het kwade haatten, bleven in leven (Gen. 6:5-7; 7:1). Een recenter voorbeeld is de ervaring van de mannen die Engelands grootste treinroof op touw zetten en zo’n ƒ 26.000.000 in de wacht sleepten. Later werden zij allen gepakt en in de gevangenis geworpen. Indien deze mannen het kwade hadden gehaat, zoals Gods Woord beveelt, zouden hun vele ellendige gevangenisjaren bespaard zijn gebleven. — Time van 31 oktober 1969.

NOODZAAK VAN JUISTE HAAT IN DEZE TIJD

De van God afkomstige raad om het kwade te haten is nooit dringender noodzakelijk geweest dan in deze tijd. Satan en zijn demonen, die weten dat hun tijd kort is, doen al het mogelijke om het mensengeslacht te verderven en te vernietigen. Zij bedienen zich van zelfzuchtige en hebzuchtige mensen die de zwakheden en zondige neigingen van hun medemensen uitbuiten. Wij leven stellig in „kritieke tijden . . . die moeilijk zijn door te komen”, tijden waarin ’wegens het toenemen der wetteloosheid de liefde van de meesten is verkoeld’. Om uzelf tegen deze toestanden te beschermen, moet u het kwade haten. — 2 Tim. 3:1; Matth. 24:12; Openb. 12:12.

Alleen wanneer wij ons krachtig tegen het slechte verzetten, zullen wij er niet door overwonnen worden. Doordat wij als zondaars zijn geboren, zijn wij tot het slechte geneigd (Ps. 51:5; Gen. 8:21; Rom. 7:14-25). Daarom is het niet voldoende slechts het goede lief te hebben. Wij moeten ook het kwade haten. Jezus Christus ’had rechtvaardigheid lief en haatte goddeloosheid’ (Ps. 45:7; Hebr. 1:9). Wij moeten hetzelfde doen om dit goddeloze samenstel van dingen te kunnen overleven.

Wij kunnen in dit opzicht niet een neutraal standpunt van onverschilligheid innemen. Het beginsel dat Jezus vermeldde, is hier van toepassing: „Wie niet aan mijn zijde staat, is tegen mij” (Matth. 12:30). Jezus was niet onverschillig, maar hij nam actief en zonder te schipperen zijn standpunt in als iemand die het kwade haatte. Indien u niet met hem bent in het koesteren van net zo’n haat ten opzichte van het kwade, bent u tegen hem door het kwade lief te hebben.

Stel uzelf op de proef: Houdt u zich aan de maatstaven van deze oude wereld of aan de christelijke maatstaven die in de bijbel worden uiteengezet? De wereldse maatstaven komen feitelijk op het volgende neer: „Gij zult niet stelen — althans niet veel.” „Gij zult niet liegen — tenzij gij in de knel zit.” „Gij zult geen overspel plegen — behalve wanneer gij ’verliefd’ zijt.” En soms luidt de wet van wereldlingen zelfs: „Gij zult niet betrapt worden als gij steelt, liegt, overspel pleegt, enz.” Zijn dit uw maatstaven? Het zijn stellig niet de maatstaven van God, Christus Jezus of van ware christenen, die allen het kwade haten.

Hoe staat het met uw morele maatstaf? Schaart u zich achter degenen die nieuwe populaire maatstaven voorstaan waaraan goed van pas komende ontsnappingsclausules zijn toegevoegd? Deze mensen zullen zeggen: „Ik ben eerlijk — tot op een bepaald punt.” „Ik ben betrouwbaar — althans meestal.” „U kunt mij vertrouwen — als u op mij let.” „Ik zal nooit een bank beroven, omdat dit te gevaarlijk is.” „De Tien Geboden van de bijbel zijn prachtig, voor de ander.”

HET KWADE HATEN — EEN BESCHERMING

Er zijn veel dingen die Jehovah haat, en hij gebiedt degenen die hem liefhebben, deze dingen eveneens te haten. Gehoorzaamheid aan deze goddelijke raad werpt in veel opzichten voordelen af zoals onder andere door de bescherming die ze de gehoorzame persoon biedt. Laten wij eens enkele voorbeelden beschouwen.

In hun ongeoorloofde seksuele betrekkingen hebben veel mensen de vrees voor ongewenste zwangerschap ervaren, alsmede de angst voor ziekte, de dreiging in de steek gelaten te worden en het hartzeer als gevolg daarvan, evenals het verlies van zelfrespect. Een tweeëntwintigjarig meisje zei: ’Ik had mijn zinnen erop gezet met hem te trouwen. Maar toen ik zwanger werd, liet hij me in de steek.’ Wanneer zij de verstandige raad van Gods Woord had opgevolgd en het kwade had gehaat, zou haar leven heel anders zijn verlopen.

Een gehuwde vrouw zei dat zij „bijna haar tehuis, haar verstand en alles in het leven wat belangrijk is” had verloren door aan „partnerruil” mee te doen. „Onze dwaasheid had meer gekost dan wij van plan waren te betalen”, zei ze. „Ik word er nog koud van als ik eraan denk hoe wij ons leven bijna hadden verwoest voor een paar goedkope opwindende momenten.” Gods Woord beschermt ons tegen zulke ellendige omstandigheden als wij acht slaan op de waarschuwing en het kwade haten.

In aanschouwelijke taal waarschuwt de bijbel voor de gevolgen van seksuele immoraliteit wanneer hij de dwaze jongeman beschrijft die ertoe wordt verlokt betrekkingen met een prostituée te hebben: „Plotseling gaat hij haar achterna, als een stier die zowaar naar de slachting gaat, . . . net als een vogel zich haast naar het klapnet, en hij heeft niet geweten dat zijn eigen ziel ermee gemoeid is” (Spr. 7:22, 23). Elk jaar worden duizenden in dit „sex-net” gevangen en figuurlijk gesproken als dieren naar de slachting geleid, terwijl zij met venerische ziekten worden doorstoken — en dat allemaal omdat zij de bescherming hebben versmaad die door het haten van het kwade wordt verschaft.

Dronkenschap heeft velen de dood ingejaagd. Een verslag uit Engeland vermeldt dat dronkenschap voor meer dan een derde van alle dodelijke auto-ongelukken verantwoordelijk is. En toch is het geneesmiddel eenvoudiger en minder kostbaar dan veiligheidsriemen. Als deze dronkaards de wijsheid uit de bijbel toepasten en het kwade haatten, zouden duizenden tragische sterfgevallen vermeden kunnen worden. Degenen die wee hebben, ongemak, twisten, bezorgdheid en dofheid van ogen, zo zegt de bijbel, zijn degenen „die lange tijd bij de wijn verblijven . . . Op het laatst bijt hij net als een slang”. — Spr. 23:29-32.

Het is goed misdaad en gewelddaad, overspel, dronkenschap en homoseksualiteit te haten. Misdaad berooft mensen van wat hun rechtmatig toekomt. Wij dienen er een afschuw van te hebben. Overspel verscheurt gezinnen en berooft kinderen van de zorg die zij nodig hebben. Het is een zonde tegen God en mensen en verdient onze diepstgevoelde haat. Dronkenschap brengt mensen in gevaar en ruïneert bovendien levens. Het is goed er een intense afkeer van te hebben. Homoseksualiteit is een perversiteit van de laagste soort. God walgt ervan (Rom. 1:24-27). Als u zulke slechte dingen haat, is dit goed en vormt dit een bescherming voor u.

Maar hoe staat het met de dingen die „onbetekenende misdaden” worden genoemd, zoals het stelen van de ansjovis, het knoeien met de parkeermeter of het liegen tegen de baas? Hoewel zulke slechte praktijken in zeker opzicht aantrekkelijk mogen lijken of ogenschijnlijk niet al te veel schade aanrichten, zullen ze vroeg of laat onvermijdelijk toch ongewenste straffen met zich brengen — een schuldig geweten, schaamte en schande en vervreemding van ware vrienden. Als u ook deze dingen haat, niet vanwege de straf maar omdat Jehovah ze haat, zal dit eveneens een bescherming voor u betekenen.

HOE HET KWADE TE HATEN

U kunt dit doen door ver uit de buurt van het kwade te blijven. Wat u verfoeit dient u te mijden. U moet derhalve eerst weten wat kwaad is voordat u het kunt mijden. Maar in dit opzicht bent u goed toegerust, want Jehovah zet in zijn Woord heel gedetailleerd uiteen wat kwaad is, terwijl hij ons vaak te kennen geeft hoe wij het moeten mijden. Studie van de bijbel is absoluut noodzakelijk om te weten wat wij moeten haten en hoe wij dit moeten doen.

Zo doet het feit zich voor dat verlichte christenen terecht degenen haten die verstokte vijanden van God zijn, zoals de Duivel en zijn demonen, alsook mensen die moedwillig en opzettelijk hun standpunt tegen Jehovah hebben ingenomen (Ps. 139:21, 22). Deze haat met betrekking tot zulke personen tracht hun geen kwaad te berokkenen en is niet synoniem met wrok of boosaardigheid. Het komt er veeleer op neer een hevige afkeer te hebben van degenen die Jehovah intens haten en hen uit de weg te gaan. U zult de „tafel van de demonen” moeten mijden als u aan Jehovah’s tafel wilt eten. — 1 Kor. 10:21; Rom. 12:9, 17, 19.

Sommige mensen lijken misschien „aardig”, maar het is goed zich af te vragen: „Hebben zij een christelijke moraal en leven zij overeenkomstig christelijke beginselen? Hebben zij Jehovah lief?” Hun liefde voor God en hun naaste bepalen in welke verhouding wij tot hen zullen staan. Deze kwestie van omgang is belangrijk, want als wij graag met mensen omgaan die slechte dingen doen, zal er gauw een eind komen aan de haat die wij met betrekking tot hun handelingen koesteren. — 1 Kor. 15:33.

Een positieve denkwijze is vanzelfsprekend erg belangrijk. Het gaat er niet alleen om, in negatieve zin kwaad te haten; een positieve liefde voor het goede is eveneens noodzakelijk. De formule voor het haten van het kwade is derhalve tweevoudig, zoals de apostel Paulus zo beknopt te kennen gaf: „Hebt een afschuw van wat goddeloos is, hangt het goede aan” (Rom. 12:9). Geef er blijk van dat u het kwade haat door uw geest met goede gedachten te vullen (Fil. 4:8). Vul het hart bovendien met goede beweegredenen in plaats dat u er verlangens tot het doen van kwaad in opslaat. — Matth. 15:19; Mark. 7:21-23; Spr. 4:23.

Haat u het kwade? Gods Woord spoort u hiertoe aan. En het is alleen maar juist, verstandig en liefdevol dit te doen. Toon derhalve dat u het kwade haat en het goede liefhebt door de keuze van uw metgezellen, door datgene waarover u denkt en waarover u spreekt en door de wijze waarop u handelt.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen