Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 1/2 blz. 80-82
  • Het volk dat Gods naam respecteert — meer dan hun eigen naam

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het volk dat Gods naam respecteert — meer dan hun eigen naam
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ZIJN „WOORD” GROOTMAKEN MET BETREKKING TOT DE „GROTE SCHARE”
  • Wiens naam respecteert u meer — uw eigen naam of die van God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • ’Levensgeest van God voer in hen’
    Heilige geest — de kracht achter de komende Nieuwe Ordening!
  • Dragers van de vreesinboezemende naam
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Waarom wij Gods naam moeten kennen
    De Goddelijke Naam die eeuwig zal blijven bestaan
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 1/2 blz. 80-82

Het volk dat Gods naam respecteert — meer dan hun eigen naam

1, 2. (a) Waarvan kan men thans in religieus opzicht bevrijd worden? (b) Wat wordt in Jesaja 12:3-5 te kennen gegeven, en wie nemen die woorden ter harte ten einde ze ten uitvoer te brengen?

WAT kan men en wat dient men van een „volk voor zijn naam” te verwachten? Welnu, het volgende: Zij zouden het een eer achten die naam te dragen, zij zouden zich niet voor die naam schamen, zij zouden alom op aarde, zowel binnen als buiten de christenheid, de lof van die naam verkondigen. In deze „laatste dagen” van het samenstel van deze wereld, nu men in religieus opzicht bevrijd kan worden van de christenheid en het gehele overige deel van het wereldrijk van valse religie, nemen de leden van het bevrijde overblijfsel de hun opgelegde verplichting ter harte om de profetische woorden van Jesaja 12:3-5 ten uitvoer te brengen:

2 „Met uitbundige vreugde zult gijlieden stellig water putten uit de bronnen der redding. En op die dag zult gij stellig zeggen: ’Dankt Jehovah! Roept zijn naam aan. Maakt onder de volken zijn handelingen bekend. Vermeldt dat zijn naam hoog verheven dient te worden. Bezingt Jehovah met melodieën, want alles overtreffend is hetgeen hij heeft gedaan. Dit dient op de gehele aarde te worden bekendgemaakt.’”

3, 4. (a) Hoe heeft Jehovah gehandeld sedert het gezalfde overblijfsel aan de slag is gegaan om een aandeel te hebben aan de vervulling van die profetie? (b) Hoe is het resultaat hetzelfde geweest als wat David in Psalm 138:1, 2 als reden voor zijn prijzen van Jehovah vermeldde?

3 Sedert het gezalfde overblijfsel van christelijke getuigen van Jehovah aan de slag is gegaan om een aandeel te hebben aan de vervulling van die profetie, heeft Jehovah „alles overtreffend” gedaan, hij heeft schitterend gedaan, hij heeft gezegevierd! In zijn eigen naam heeft hij zijn woord der belofte, zijn profetische woord, laten optekenen. Met zijn naam ondersteunt hij de Heilige Schrift. Met zijn eigen naam staat hij borg voor de bijbel. Òf de bijbel is waar, òf zijn naam heeft niets te betekenen! Maar zijn woord der belofte en der profetie is waar gebleken, het is gerechtvaardigd! Door zijn woord getrouw ten uitvoer te brengen, bewijst hij dat hij overeenkomstig zijn naam heeft geleefd, hetgeen tot eer van zijn naam strekt. Bovendien heeft hij, door zijn woord werkelijk ten uitvoer te brengen, datgene wat wij op grond van Zijn naam, die met zijn woord werd verbonden, zouden verwachten, zelfs overtroffen. Het resultaat hiervan is hetzelfde geweest als wat koning David van Jeruzalem als reden voor zijn prijzen van Jehovah vermeldde door te zeggen:

4 „Ik zal u prijzen met heel mijn hart. In tegenwoordigheid van andere goden zal ik u bezingen met melodieën. Ik zal mij neerbuigen in de richting van uw heilige tempel, en ik zal uw naam prijzen, wegens uw liefderijke goedheid en wegens uw trouw. Want gij hebt uw [gesproken] woord grootgemaakt zelfs boven heel uw naam.” — Ps. 138:1, 2.

5, 6. (a) Hoe maakt Jehovah zijn woord groot boven heel zijn naam? (b) Hoe kunnen wij dit illustreren in het geval van het profetische woord en in het geval van het verschaffen van de Messías?

5 Wat zegt David hier eigenlijk? Is Gods gesproken woord groter dan zijn naam? Neen! Welnu, hoe maakt hij zijn woord dan groot boven heel zijn naam? Op deze wijze: Zijn betekenisvolle naam, die immers aan zijn „woord” der belofte en der profetie verbonden is, heeft ons grote verwachtingen doen koesteren wat de vervulling van zijn „woord” betreft. Maar in werkelijkheid volbrengt hij zijn „woord” op een alles overtreffende wijze, op een wijze die grootser is dan de waarborg van zijn naam ons zou doen verwachten. Hij hoefde niet zoveel te doen om aan ons te bewijzen dat zijn naam betrouwbaar is en borg staat voor de vervulling van zijn „woord”.

6 Hij maakt zijn „woord” dus groot door een grootsere tenuitvoerlegging ervan dan wij hadden verwacht. Hij doet alles overtreffend! In veel belangrijke gevallen is bijvoorbeeld gebleken dat zijn profetische „woord” niet slechts een eerste letterlijke vervulling heeft, maar ook een geestelijke vervulling op kleine schaal en zelfs een grotere, volledige geestelijke vervulling. Merk ook op dat hij zijn „woord” der belofte heeft gegeven om de Messías in de afstammingslijn van koning David voort te brengen. Maar in werkelijkheid heeft hij dat „woord” der belofte grootgemaakt. Op welke wijze? Door meer dan louter een menselijke Messías in Davids koninklijke geslachtslijn te geven. Jehovah heeft een geestelijke Messías voortgebracht, die door Jehovah’s geest werd verwekt, uit de doden werd opgewekt en tot onsterfelijk leven en koninklijke heerlijkheid in de hemel aan Gods rechterhand werd verheven. Zoals Jehovah David van zijn vijanden bevrijdde, heeft hij ook Jezus Christus van zijn aardse vijanden bevrijd, die hem ter dood hadden gebracht, door hem uit de doden en tot hemelse heerlijkheid op te wekken. — Ps. 138:3-7.

7. Hoe voltooide Jehovah datgene wat in Davids belang was, en hoe doet Hij dit met betrekking tot Davids afstammeling, Jezus?

7 Jehovah liet voor David niets meer te verwachten over met betrekking tot de tenuitvoerbrenging van het goddelijke woord der belofte. Terecht kon David vol vertrouwen in dezelfde psalm zeggen: „Jehovah zelf zal voltooien wat in mijn belang is” (Ps. 138:8). Jezus Christus, de Messiaanse afstammeling van koning David, kan precies hetzelfde in verband met zichzelf zeggen Jehovah zal zijn voornemen met betrekking tot Jezus, de Messías, volledig ten uitvoer brengen. Hij zal niets van zijn woord der belofte en der profetie met betrekking tot hem ongedaan laten. Geen wonder dat David ertoe bewogen werd tot zijn hemelse Bevrijder, Jehovah, te zeggen: „In tegenwoordigheid van andere goden zal ik u bezingen met melodieën. . . . Want gij hebt uw woord grootgemaakt zelfs boven heel uw naam.” — Ps. 138:1, 2.

ZIJN „WOORD” GROOTMAKEN MET BETREKKING TOT DE „GROTE SCHARE”

8. Hoe wordt het gezalfde overblijfsel er, wegens datgene wat sedert 1914 G.T. is gebeurd, toe bewogen Jehovah om dezelfde reden te prijzen als door David werd vermeld?

8 Worden wij in deze tijd ertoe bewogen iets dergelijks tot de enige levende en ware God te zeggen? De leden van het gezalfde overblijfsel van Jehovah’s christelijke getuigen worden er als een „volk voor zijn naam” toe bewogen dit te doen. Ja, door zijn bemoeienissen met hen en door de schitterende vervullingen der bijbelse profetieën in de wereldgebeurtenissen sinds 1914 G.T. zien zij Jehovah’s woord der belofte en der profetie verwezenlijkt worden op een wijze die zij nooit hadden verwacht te zullen ervaren. Zij zien hoe de bewijzen zich opstapelen dat deze God van liefderijke goedheid en trouw aan het einde van de tijden der heidenen in 1914 G.T. zijn „woord” heeft vervuld en het hemelse koninkrijk van de Zoon van David, Jezus Christus, heeft opgericht. Zij zien hoe dit Messiaanse koninkrijk zich onweerstaanbaar voorwaarts beweegt tot de rechtvaardiging van Jehovah’s universele soevereiniteit en heilige naam in de naderbij komende „oorlog van de grote dag van God de Almachtige”. Zeker, zij hebben sinds 1914 G.T. veel vervolging te verduren gehad en zelfs hun bestaan als een „volk voor zijn naam” is vele malen bedreigd, maar omdat Jehovah hen tot nu toe heeft bevrijd en bewaard, maken zij alom zijn naam bekend.

9. Welk lied zingen de leden van het gezalfde overblijfsel, zoals in Openbaring 15 wordt afgeschilderd, met welke woorden?

9 Zoals in het laatste boek van Gods Woord wordt afgeschilderd, zingen de leden van dit gezalfde overblijfsel het „lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam [Jezus Christus]” en zeggen zij: „Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Jehovah God, de Almachtige. Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Koning der eeuwigheid. Wie zal u niet werkelijk vrezen, Jehovah, en uw naam verheerlijken, omdat gij alleen loyaal zijt? Want alle natiën zullen komen en voor u aanbidden, omdat uw rechtvaardige besluiten openbaar zijn gemaakt.” — Openb. 15:2-4.

10. Wie onder de talloze hoorders van dat lied beantwoorden de vraag omtrent het vrezen van Jehovah en het verheerlijken van zijn naam bevestigend, en wat zijn zij vastbesloten te doen?

10 Ontelbare aantallen mensen in deze tijd horen het overblijfsel van het „volk voor zijn naam” die woorden zingen: „Wie zal u niet werkelijk vrezen, Jehovah, en uw naam verheerlijken?” Honderdduizenden die deze uitdagende vraag horen, tonen dat zij er net zo over denken als het gezalfde overblijfsel, namelijk dat Jehovah het waard is gevreesd te worden en dat zijn naam het waard is verheerlijkt te worden. Openlijk zeggen zij in tegenwoordigheid van alle valse goden van deze wereld: De meerderheid der mensheid mag Jehovah dan thans niet vrezen en zijn naam niet verheerlijken, maar wat ons betreft, wij zullen Jehovah als de ene levende en ware God vrezen en wij zullen zijn naam meer respecteren dan de onze en zullen zijn naam verheerlijken. Hoe doen zij dit?

11. Hoe doen zij dat?

11 Zij doen dit door de bijbel niet als het woord van feilbare mensen te aanvaarden, maar als datgene wat het in werkelijkheid is, namelijk het woord van God. Zij geloven dat de daarin opgetekende profetieën met betrekking tot het Messiaanse koninkrijk thans de climax van hun glorierijke vervulling bereiken. Zij naderen God door bemiddeling van zijn geofferde Lam Jezus Christus en dragen zich geheel en al aan hem op. In navolging van Jezus Christus worden zij in water gedoopt „in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest” en aldus worden zij in de volle zin des woords discipelen van Jezus Christus (Matth. 28:19, 20). In erkenning dat Jehovah thans een „volk voor zijn naam” op aarde heeft, verbinden zij zich loyaal met dit volk, ook al is het slechts een klein overblijfsel. Zij hebben met hen een aandeel aan het bekendmaken van Jehovah’s naam aan iedereen en aan het verheerlijken van die naam. Door aldus getuigenis van Hem af te leggen, bewijzen zij dat zij zich er niet voor schamen christelijke getuigen van Jehovah te zijn.

12. (a) Welk gedeelte van de woorden van het „lied” ziet het gezalfde overblijfsel derhalve reeds in vervulling gaan? (b) Wat voor personen zullen hun plaats nog onder de „grote schare” innemen, en welke hoop kunnen zij koesteren?

12 Uit alle natiën is deze „grote schare” van godvrezende mensen gekomen (Openb. 7:9, 10). In hen ziet het gezalfde overblijfsel van zangers de woorden van hun profetische lied reeds in vervulling gaan: „Alle natiën zullen komen en voor u aanbidden, omdat uw rechtvaardige besluiten openbaar zijn gemaakt” (Openb. 15:4). Het bijeenbrengen van allen van deze ontelbare „grote schare” is nog niet ten einde. De vraag is: Wie zal nog zijn plaats onder deze „grote schare” innemen voordat Jehovah zijn rechtvaardige besluiten volledig openbaar maakt door alle goddelozen in de komende „grote verdrukking”, die zijn weerga nog niet heeft gehad, te vernietigen? Een ieder die zijn plaats onder deze „grote schare” zal innemen, zal iemand zijn die Gods naam meer respecteert dan zijn eigen naam. Het zal iemand zijn die vreugdevol doet zoals in Psalm 96:8 staat: „Schrijft aan Jehovah de heerlijkheid van zijn naam toe.” Hij kan met de „grote schare” de hoop koesteren de „grote verdrukking” te overleven en het rechtvaardige nieuwe samenstel van dingen binnen te gaan, waar „al wat adem heeft” Jehovah zal loven. — Openb. 7:13-15; Ps. 150:6; 29:2.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2025 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen