10 Als een man overspel pleegt met de vrouw van een ander, met de vrouw van zijn medemens, hebben beiden overspel gepleegd en moeten ze beslist ter dood worden gebracht.+
10 Een man nu die overspel pleegt met een andermans vrouw, is iemand die overspel* pleegt met de vrouw van zijn naaste.+ Hij* dient zonder mankeren ter dood gebracht te worden, de overspeler zowel als de overspeelster.+