8 U hebt alles onder zijn voeten onderworpen.’+ Door alles aan hem te onderwerpen,+ heeft God niets overgelaten dat niet aan hem onderworpen is.+ Alleen zien we nu nog niet dat alles aan hem onderworpen is.+
8 Alle dingen hebt gij onder zijn voeten onderworpen.”+ Want door alle dingen aan hem te onderwerpen,+ heeft [God*] niets overgelaten wat niet aan hem onderworpen is.+ Thans zien wij echter nog niet dat alle dingen aan hem onderworpen zijn;+