2 Deze koningen voerden oorlog tegen koning Be̱ra van Sodom,+ koning Bi̱rsa van Gomorra,+ koning Si̱neab van A̱dma, koning Seme̱ber van Ze̱boïm+ en de koning van Be̱la, oftewel Zo̱ar,
2 dat dezen oorlog voerden tegen Be̱ra, de koning van So̱dom,+ en tegen Bi̱rsa, de koning van Gomo̱rra,+ Si̱neab, de koning van A̱dma,+ en Seme̱ber, de koning van Ze̱boïm,+ en de koning van Be̱la (dat wil zeggen Zo̱ar).+