2 Jullie weten dat ik me nu tot jullie richt en niet tot jullie zonen, die de correctie*+ van Jehovah, je God, zijn grootheid,+ zijn sterke hand+ en zijn uitgestrekte arm niet hebben gekend of gezien.
2 En GIJ zijt heden zeer goed op de hoogte (want [ik richt mij] niet tot UW zonen, die het strenge onderricht van Jehovah,+UW God, zijn grootheid,+ zijn sterke hand+ en zijn uitgestrekte arm+ niet gekend en niet gezien hebben,