5 Nadat ik mezelf op die manier had vernederd, stond ik bij het avondgraanoffer+ op, met mijn gescheurde kleren en mantel. Ik viel op mijn knieën en spreidde mijn handen uit naar Jehovah, mijn God.
5 En bij het avondgraanoffer+ stond ik op uit mijn verootmoediging, met mijn kleed en mijn schoudermantel gescheurd, en ik liet mij toen op mijn knieën neer+ en breidde mijn handpalmen uit tot Jehovah, mijn God.+