7 Vervolgens zei ik tegen de koning: ‘Als de koning het goedvindt, laat hij mij dan brieven meegeven voor de gouverneurs van het gebied aan de overkant van de Rivier,*+ waarmee ik vrije doorgang krijg tot ik in Juda aankom,
7 Vervolgens zei ik tot de koning: „Indien het de koning werkelijk goeddunkt, laat men mij dan brieven+ meegeven voor de stadhouders+ aan de overkant van de Rivier,*+ opdat zij mij doorgang verlenen, totdat ik in Ju̱da aankom;