3 En alle bestuurders van de provincies, de satrapen,+ de gouverneurs en degenen die de zaken van de koning behartigden, steunden de Joden, want ze waren bang voor Mo̱rdechai.
3 En alle vorsten+ van de rechtsgebieden en de satrapen+ en de stadhouders en degenen die de aangelegenheden behartigden+ welke de koning toebehoorden, ondersteunden de joden, want de angst+ voor Mo̱rdechai was op hen gevallen.