-
Aantekeningen Handelingen — Hoofdstuk 2Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
in de laatste dagen: In dit citaat uit Joëls profetie gebruikt Petrus onder inspiratie de uitdrukking ‘in de laatste dagen’ in plaats van ‘daarna’, zoals het in het oorspronkelijke Hebreeuws en in de Septuaginta staat (Joë 2:28 [3:1, LXX]). De profetie van Joël ging in vervulling toen er met Pinksteren heilige geest werd uitgestort. Dat Petrus het over ‘de laatste dagen’ heeft, duidt er dus op dat die bijzondere tijd was begonnen en dat die zou voorafgaan aan ‘de grote en verheven dag van Jehovah’. Die ‘dag van Jehovah’ zou kennelijk het einde betekenen van ‘de laatste dagen’ (Han 2:20). Petrus sprak tot Joden en proselieten, dus zijn geïnspireerde woorden moeten een eerste vervulling hebben gehad waarbij zij betrokken waren. Zijn uitspraak duidde er kennelijk op dat de Joden leefden ‘in de laatste dagen’ van het stelsel met Jeruzalem als centrum van aanbidding. Eerder had Jezus zelf de verwoesting van Jeruzalem en de tempel voorspeld (Lu 19:41-44; 21:5, 6). Die verwoesting vond plaats in het jaar 70.
mijn geest: Het Griekse pneuma verwijst hier naar Gods heilige geest of actieve kracht. Hier wordt Joë 2:28 geciteerd, waar het overeenkomende Hebreeuwse woord roeach wordt gebruikt. Zowel het Hebreeuwse als het Griekse woord brengt de grondgedachte over van iets dat voor mensenogen onzichtbaar is en blijk geeft van kracht in beweging. (Zie Woordenlijst.)
alle soorten mensen: Lett.: ‘alle vlees’. Het Griekse woord sarx (vaak vertaald met ‘vlees’) wordt hier gebruikt voor levende personen, dus ‘alle vlees’ zou normaal op alle mensen slaan. (Zie aantekening bij Jo 17:2.) Maar in deze context wordt de Griekse uitdrukking ‘alle vlees’ in een beperktere betekenis gebruikt. God stortte zijn geest niet uit op alle mensen op aarde en zelfs niet op alle mensen in Israël, dus het verwijst niet naar alle mensen zonder uitzondering. De uitdrukking wordt hier gebruikt voor alle soorten mensen, zonder onderscheid. God stortte heilige geest uit op zonen en dochters, jonge mannen, oude mannen, slaven en slavinnen, oftewel op alle soorten mensen (Han 2:17, 18). Het Griekse woord voor alle (pas) wordt op een vergelijkbare manier gebruikt in 1Ti 2:3, 4, waar staat dat het Gods wil is dat ‘alle soorten mensen worden gered’. (Zie aantekening bij Jo 12:32.)
profeteren: Het Griekse profeteuo betekent letterlijk ‘openlijk en luid verkondigen’. In de Bijbel wordt het gebruikt voor het bekendmaken van boodschappen uit een goddelijke bron. Hoewel dat vaak de gedachte omvat van de toekomst voorspellen, is voorspellen niet de grondbetekenis van het woord. Het Griekse woord kan ook duiden op iets vaststellen door een openbaring van God. (Zie aantekeningen bij Mt 26:68, Mr 14:65 en Lu 22:64.) In deze context zette heilige geest sommigen ertoe aan te profeteren. Ze zouden als woordvoerder van de Allerhoogste dienen door ‘de grote daden’ bekend te maken die Jehovah had gedaan en nog zou doen (Han 2:11). Het Hebreeuwse woord voor profeteren brengt een vergelijkbare gedachte over. Zo wordt Aäron in Ex 7:1 de ‘profeet’ van Mozes genoemd in de zin dat hij Mozes’ woordvoerder werd, niet dat hij toekomstige gebeurtenissen voorspelde.
oude mannen: Of ‘oudere mannen’, ‘oudsten’. Het Griekse presbuteros duidt hier waarschijnlijk op mannen van hoge leeftijd in contrast met de ‘jonge mannen’ die eerder in het vers genoemd worden. In andere contexten wordt dit woord gebruikt voor personen die gezag en verantwoordelijkheid dragen in een gemeenschap of natie (Han 4:5; 11:30; 14:23; 15:2; 20:17; zie aantekening bij Mt 16:21).
-