-
Aantekeningen Handelingen — Hoofdstuk 16Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
Een vrouw die Lydia heette: Lydia wordt maar twee keer in de Bijbel vermeld, hier en in Han 16:40. Er is geschreven bewijsmateriaal dat Lydia als eigennaam gebruikt werd, hoewel sommigen denken dat Lydia een bijnaam was die ‘vrouw uit Lydië’ betekende. Lydia en haar huisgenoten werden rond het jaar 50 in Filippi christenen, dus ze hoorden bij de eerste personen in Europa die het christendom aanvaardden als resultaat van Paulus’ prediking. Lydia is misschien nooit getrouwd geweest of was weduwe. Dankzij haar vrijgevigheid kreeg ze de kans te genieten van opbouwende omgang met de zendelingen Paulus, Silas en Lukas (Han 16:15).
een purperverkoopster: Lydia handelde misschien in verschillende soorten purperen goederen, zoals stoffen, kleding, tapijten en verf. Ze kwam oorspronkelijk uit Thyatira, een stad in de streek Lydië in het westen van Klein-Azië. Een inscriptie die in Filippi gevonden is, bewijst dat er een gilde van purperverkopers in die stad was. De Lydiërs en hun buren waren al sinds de tijd van Homerus (de negende of achtste eeuw v.Chr.) beroemd om hun vaardigheid als purperververs. Omdat voor Lydia’s handel een behoorlijk kapitaal nodig was en ze een groot huis had waar ze vier mannen (Paulus, Silas, Timotheüs en Lukas) kon huisvesten, was ze waarschijnlijk een succesvolle, rijke handelaarster. Dat er over haar ‘huisgenoten’ wordt gesproken, kan betekenen dat er familieleden bij haar woonden, maar het kan ook betekenen dat ze slaven en bedienden had (Han 16:15). En het feit dat Paulus en Silas voordat ze de stad verlieten in het huis van deze gastvrije vrouw bijeenkwamen met een paar broeders, lijkt erop te duiden dat het een vergaderplaats werd voor de eerste christenen in Filippi (Han 16:40).
Jehovah opende haar hart: Van Lydia wordt gezegd dat ze God aanbad, waaruit men kan opmaken dat ze een Joodse proseliet was (Han 13:43). Op de sabbat kwam ze met andere vrouwen samen op een gebedsplaats bij een rivier buiten Filippi (Han 16:13). Misschien waren er in Filippi weinig Joden en was er geen synagoge. Het kan zijn dat Lydia de aanbidding van Jehovah had leren kennen in Thyatira, waar ze vandaan kwam. Daar woonden namelijk veel Joden en was een Joodse vergaderplaats. Jehovah, de God die ze aanbad, merkte op dat ze vol aandacht was. (Zie App. C3 inleiding en Han 16:14.)
-