Voetnoot
a In het verleden betoogden commentators en vertalers die aan de drieëenheidsleer vasthielden dat qanáh hier met „bezeten” diende te worden weergegeven. Qanáh kan de betekenis hebben van hetzij „verwerven (bezitten)” of „voortbrengen” (Gen. 4:1; Deut. 32:6; Ps. 139:13; Neh. 5:16). Maar geleerden erkennen dat de context hier op de vertolking „voortgebracht” of „geschapen” wijst, aangezien 8 de verzen 24 en 25 over de wijsheid spreken als was ze „als met barensweeën voortgebracht”. Deze vertaling wordt gesteund door de Griekse Septuaginta, de Syrische Pesjitta-vertaling en de Targoems. Bijgevolg gebruiken nu zelfs vertalingen van de hand van trinitariërs, zoals de katholieke Willibrordvertaling en de Jerusalem Bible, de vertolking „voortgebracht” of „ geschapen”.