woensdag 28 februari
Dit betekent eeuwig leven. — Joh. 17:3.
Jehovah belooft dat mensen die hem gehoorzamen ‘eeuwig leven’ krijgen (Rom. 6:23). Als je mediteert over wat Jehovah je wil geven, wordt je liefde voor hem groter. Je hemelse Vader houdt zo veel van je dat hij niet wil dat je ooit van hem wordt gescheiden! Gods belofte van eeuwig leven kan ons helpen beproevingen te doorstaan. We blijven Jehovah trouw dienen, zelfs als vijanden ons met de dood bedreigen. We weten namelijk dat hij ons tot leven kan wekken als we hem trouw blijven en dat we dan nooit meer hoeven te sterven (Joh. 5:28, 29; 1 Kor. 15:55-58; Hebr. 2:15). We weten dat Jehovah je leven eeuwig in stand kan houden omdat hij de Bron van het leven is en eeuwig leeft (Ps. 36:9). De Bijbel bevestigt dat Jehovah altijd heeft bestaan en altijd zal bestaan (Ps. 90:2; 102:12, 24, 27). w22.12 2 ¶1-3
donderdag 29 februari
Wat zal ons scheiden van de liefde van de Christus? Moeilijkheden of ellende of vervolging? — Rom. 8:35.
Het is voor ons geen verrassing dat we beproevingen meemaken. We weten wat de Bijbel zegt: ‘We moeten door veel moeilijkheden heen om Gods Koninkrijk binnen te gaan’ (Hand. 14:22). En we weten dat sommige problemen pas worden opgelost in Gods nieuwe wereld, waar ‘de dood niet meer zal zijn’ en waar ‘geen rouw, geen gehuil en geen pijn meer zal zijn’ (Openb. 21:4). Jehovah schermt ons niet af voor beproevingen. Maar hij helpt ons wel om ze te doorstaan. Denk maar aan wat Paulus tegen christenen in Rome zei. Hij noemde een aantal beproevingen op die hij en zijn broeders moesten doorstaan en schreef vervolgens: ‘We behalen een totale overwinning door degene die van ons houdt’ (Rom. 8:36, 37). Daaruit kun je opmaken dat het met Jehovah’s hulp zelfs tijdens beproevingen goed met je kan gaan. w23.01 14 ¶1-2
vrijdag 1 maart
Waarom schep je op? — 1 Kor. 4:7.
Petrus spoorde christenen aan hun gaven en talenten te gebruiken om hun broeders en zusters op te bouwen. Hij schreef: ‘Gebruik de gave in de mate dat je die hebt gekregen, om elkaar ermee te dienen als goede beheerders van Gods onverdiende goedheid’ (1 Petr. 4:10). Gebruik je gaven dus zo goed mogelijk en houd je niet in uit angst dat anderen jaloers of ontmoedigd worden. Maar let op dat je er niet over gaat opscheppen (1 Kor. 4:6). Houd altijd voor ogen dat de natuurlijke talenten die je hebt gaven van God zijn. Gebruik die gaven om de gemeente op te bouwen en niet om zelf goed over te komen (Fil. 2:3). Als je je energie en talenten gebruikt om Gods wil te doen, heb je reden om blij te zijn — niet omdat je meer doet dan anderen of beter probeert te zijn, maar omdat je je gaven gebruikt tot eer van Jehovah. w22.04 11-12 ¶7-9