17 En tot A̱dam zei hij: „Omdat gij naar de stem van uw vrouw hebt geluisterd en van de boom zijt gaan eten waaromtrent ik u geboden had:+ ’Gij moogt daarvan niet eten’, is de aardbodem om uwentwil vervloekt.+ Met smart zult gij de opbrengst ervan eten al de dagen van uw leven.+