zaterdag 7 maart
Geef Jehovah erkenning, families van alle volken, geef Jehovah erkenning voor zijn glorie en kracht. — Ps. 96:7.
Eer Jehovah omdat je diep respect voor hem hebt. Er zijn veel redenen voor respect. Jehovah is almachtig en heeft onbegrensde kracht (Ps. 96:4-7). Zijn grote wijsheid is duidelijk zichtbaar in de dingen die hij heeft gemaakt. Hij is de Bron en Instandhouder van het leven (Openb. 4:11). Hij is loyaal (Openb. 15:4). Alles wat hij doet lukt en hij komt altijd zijn beloften na (Joz. 23:14). Geen wonder dat de profeet Jeremia over Jehovah zei: ‘Onder alle wijzen van de volken en in al hun koninkrijken is er helemaal niemand als u’ (Jer. 10:6, 7). Er zijn dus goede redenen om respect te hebben voor onze hemelse Vader. Maar Jehovah verdient niet alleen ons respect, hij verdient ook onze liefde. Eer Jehovah dus vooral omdat je veel van hem houdt. w25.01 3 ¶5-6
zondag 8 maart
Verwijder wie kwaad doet uit jullie midden. — 1 Kor. 5:13.
Gods tegenstanders proberen positieve aspecten van zijn organisatie in een negatief daglicht te stellen. We hebben bijvoorbeeld uit de Bijbel geleerd dat Jehovah van zijn aanbidders verwacht dat ze lichamelijk, moreel en geestelijk rein zijn. Hij wil dat iedereen die zonder berouw ernstige zonden begaat uit de gemeente wordt verwijderd (1 Kor. 5:11, 12; 6:9, 10). Wij houden ons aan dat gebod. Maar tegenstanders willen dat tegen ons gebruiken en beschuldigen ons ervan intolerant, overkritisch en liefdeloos te zijn. Besef wie achter de aanvallen zit. Het is Satan de Duivel die achter onware verhalen zit. Hij is ‘de vader van de leugen’ (Joh. 8:44; Gen. 3:1-5). Je kunt dus verwachten dat hij mensen gebruikt om leugens over Jehovah’s organisatie te verspreiden. w24.04 10-11 ¶13-14
maandag 9 maart
Het zal uitkomen. — Ezech. 33:33.
Als de grote verdrukking begint, kan het zijn dat sommigen die de vernietiging van ‘Babylon de Grote’ zien zich herinneren dat Jehovah’s Getuigen jarenlang hebben gezegd dat dat zou gebeuren. Zou het kunnen dat de houding van sommigen door de gebeurtenissen verandert? (Openb. 17:5) Zoiets zou te vergelijken zijn met wat er in de tijd van Mozes in Egypte gebeurde. Een ‘grote groep vreemdelingen’ sloot zich toen bij de Israëlieten aan in de exodus (Ex. 12:38). Sommigen van hen begonnen misschien te geloven toen ze zagen dat Mozes’ waarschuwingen over de tien plagen uitkwamen. Als zoiets ook gebeurt na de vernietiging van Babylon de Grote, zouden we het dan oneerlijk vinden dat mensen zich kort voor het einde nog bij ons kunnen voegen? Natuurlijk niet. We hebben dezelfde kijk als onze hemelse Vader, ‘een God die barmhartig en meelevend is, die niet snel kwaad wordt en die vol loyale liefde en waarheid is’ (Ex. 34:6). w24.05 11 ¶12-13