32 Voor het grijze haar dient gij op te staan,+ en gij moet de persoon van een oud man consideratie betonen,+ en gij moet vrezen voor uw God.+ Ik ben Jehovah.
7 Is het niet, uw brood aan de hongerige uitdelen,+ en dat gij de gekwelde, dakloze mensen in [uw] huis zoudt brengen?+ Dat gij, ingeval gij een naakte ziet, hem moet bedekken,+ en dat gij u voor uw eigen vlees niet zoudt verbergen?+