65 Want Jehovah had betreffende hen gezegd: „Zij zullen zonder mankeren in de wildernis sterven.”+ Van hen was er dus geen man overgebleven, behalve Ka̱leb, de zoon van Jefu̱nne, en Jo̱zua, de zoon van Nun.+
36 behalve Ka̱leb, de zoon van Jefu̱nne.+ Hij zal het zien, en aan hem en aan zijn zonen zal ik het land geven dat hij betreden heeft, wegens het feit dat hij Jehovah volkomen heeft gevolgd.+