22 wanneer de profeet in de naam van Jehovah spreekt en het woord geschiedt niet of komt niet uit, dan is dat het woord dat Jehovah niet gesproken heeft. In overmoed heeft de profeet het gesproken.+ Gij moogt niet verschrikt voor hem worden.’+
13 „Want van de geringste onder hen tot zelfs de grootste onder hen maakt iedereen zich onrechtvaardige winst;+ en van de profeet tot zelfs de priester handelt ieder bedrieglijk.+
2 „Mensenzoon, profeteer betreffende de profeten van I̱sraël die profeteren,+ en gij moet zeggen tot degenen die uit hun eigen hart profeteren:+ ’Hoort het woord van Jehovah.+
4 En het moet geschieden op die dag [dat] de profeten beschaamd zullen worden,+ een ieder om zijn visioen wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren+ ambtsgewaad dragen met het doel te bedriegen.