Deuteronomium 14:3 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 3 Gij moogt niets verfoeilijks, van welke soort ook, eten.+ Ezechiël 4:14 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 14 Ik dan zei: „Ach, o Soevereine Heer Jehovah! Zie! Mijn ziel is niet verontreinigd;+ noch een [reeds] dood lichaam noch een verscheurd dier heb ik gegeten van mijn jeugd af+ zelfs tot nu toe, en in mijn mond is geen bedorven vlees gekomen.”+ Handelingen 10:12 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 12 en daarin bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren der aarde en vogels des hemels.+
14 Ik dan zei: „Ach, o Soevereine Heer Jehovah! Zie! Mijn ziel is niet verontreinigd;+ noch een [reeds] dood lichaam noch een verscheurd dier heb ik gegeten van mijn jeugd af+ zelfs tot nu toe, en in mijn mond is geen bedorven vlees gekomen.”+