17 Daarop hoorde God de stem van de jongen,+ en Gods engel riep Ha̱gar uit de hemel toe en zei tot haar:+ „Wat is er met u, Ha̱gar? Wees niet bevreesd, want God heeft geluisterd naar de stem van de jongen, daar waar hij is.
11 Hierop zei Jehovah tot hem: „Wie heeft voor de mens een mond bestemd, of wie bestemt de stomme of de dove of de scherpziende of de blinde? Ben ik het niet, Jehovah?+