22 Toen ging Sa̱lomo voor het altaar van Jehovah staan,+ ten aanschouwen van de gehele gemeente van I̱sraël, en hij breidde nu zijn handpalmen uit naar de hemel;+
5 En bij het avondgraanoffer+ stond ik op uit mijn verootmoediging, met mijn kleed en mijn schoudermantel gescheurd, en ik liet mij toen op mijn knieën neer+ en breidde mijn handpalmen uit tot Jehovah, mijn God.+