23 O hoe is de smidshamer+ der gehele aarde afgehouwen en wordt [hij] gebroken!+ O hoe is Ba̱bylon tot niets dan een voorwerp van ontzetting geworden onder de natiën!+
25 „Zie, ik ben tegen u,+ o berg van verderf,”+ is de uitspraak van Jehovah, „gij verderver van de gehele aarde;+ en ik wil mijn hand tegen u uitstrekken en u van de steile rotsen afwentelen en u tot een uitgebrande berg maken.”+